Wat is de betekenis van schild?

2018
2022-09-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schild

schild - zelfstandig naamwoord 1. plaat die men aan zijn arm draagt om zich tegen aanvallen te beschermen ♢ de ridder ving met zijn schild de slag op 1. iets in je schild voeren [een geheim plan hebben]...

Lees verder
1999
2022-09-28
Encyclopedie Groningen

Nieuwe Groninger Encyclopedie

Schild

Geul in de Waddenzee tussen de eilanden Rottumerplaat en Rottumeroog; ze vertakt zich naar het Z. onder andere in Westelijk Schild. De bij eb droogvallende gronden tussen de geul en Rottumerplaat zijn de Schildgronden. Ook: Schil, ’t Schil, 't Schild.

Lees verder
1981
2022-09-28
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

schild

verdedigingswapen dat door de krijgslieden reeds sinds oertijden werd gebruikt tot bescherming. Er werden schilden uit leer, hout en vlechtwerk gebruikt en sinds het bronzen tijdperk werden ze ook uit metaal vervaardigd. In de Middeleeuwen behoorde het schild tot het harnas van de ridders en was vaak het familiewapen erop aangebracht. Met het einde...

Lees verder
1973
2022-09-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Schild

o. (-en), 1. verdedigingswapen, een platte of enigszins gebogen schijf van verschillende grootte en vorm, en uit hard of taai materiaal, aan de linkerarm gedragen: met speer en schild gewapend; iemand op het schild verheffen, oud (Germaans) gebruik om iemand als aanvoerder of vorst te erkennen; (thans) stalen plaat aan een affuit, waarachter de man...

Lees verder
1952
2022-09-28
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Schild

s.n., skyld (it), skild (it); (van dak), hou(we).

1951
2022-09-28
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Schild

1. schild, beukelaar; wapenschild; etwas im Schilde führen, iets in zijn schild voeren, van plan zijn. 2. uithangbord, naamplaat; plaat, bord.

Lees verder
1950
2022-09-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Schild

o. (-en), 1. verdedigingswapen, in beginsel een platte of enigszins gebogen schijf van verschillende grootte en gedaante, nu eens uit hout met leer of metaal bedekt, dan weer geheel uit metaal bestaande en tot bescherming in de strijd aan de linkerarm gedragen : met speer en schild gewapend ; — iem. op het schild verheffen, oud (Germaans) geb...

Lees verder
1949
2022-09-28
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Schild

(1) afweerwapen; (2) z Wapenkunde; (3) z Schubben.

Lees verder
1937
2022-09-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

schild

o. schilden (1 gesch. wapentuig [platte, enigszins gebogen schijf van een harde of taaie stof ] gedragen a. d. linkerarm tot dekking tegen houw of steek, tegen lans of pijl; 2 schuts, bescherming; beschermer; 3 geslachtswapen, -bord, deel v. e. adellijk wapen; 4 schaal, hoornachtig bekleedsel; rugbekleedsel v. schildpadden; 5 stalen plaat aan snelv...

Lees verder
1933
2022-09-28
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Schild

a/d linkerarm gedragen ronde of ovalen plaat v. hout, dik leer of metaal, vooral i/d Middeleeuwen, om zich tc beschermen tegen lans- en degenstooten, sabelhouwen, enz.

1933
2022-09-28
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Schild

1° (krijgsk.) afweerwapen tegen pijlen, zwaardhouwen, lansstooten e.d. Bij natuurvolken veelal een vlechtwerk, bekleed met dierenhuid, later een ronde, of anders gevormde, gebogen plaat van ijzer of brons. De grootte hield verband met het gebruik: Romeinsche zwaardvechters en Saracenen weerden de snelle zwaardhouwen af met een licht, rond schil...

Lees verder
1930
2022-09-28
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

schild

(schilt) o. (-en: -je) I. Eig. platte of enigszins gebogen schijf van harde of taaie stof, als beschutting aan de arm, in de strijd gedragen: een tegen de houwen of steken van de vijand; een aanvaller met -, lans of pijl; met - en speer gewapend; in 1302 moesten de Fransen de woorden „- en vriend” uit spreken om ze hieraan te herkennen;...

Lees verder
1926
2022-09-28
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Schild

Er zijn drie Hebreeuwsche woorden die in de Statenvertaling overgezet zijn door schild. Het laatste is slechts in twee gevallen bij ons vertaald door schild (1 Sam. 17 : 6, 45), waarvoor de Leidsche vertaling heeft strijdknots. Ditzelfde woord is elders door de Statenvertaling door lans overgezet (Job 39 : 26; 41 : 21). Een wapen dat door de Babylo...

Lees verder
1916
2022-09-28
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Schild

Schild - in de Oudheid en in de Middeleeuwen het voornaamste beschuttingswapen ; de vierkante en ronde vormen schijnen de oorspronkelijke te zijn geweest. Het Grieksche s., het s. van Argos, was rond ; het was van hout, vlechtwerk, enz. vervaardigd en met leder overtrokken. Het s. werd gedragen aan dwarshouten of lederen riemen, waardoor men den li...

Lees verder
1908
2022-09-28
Vivat

Schrijver op Ensie

Schild

in de oudheid en in de middeleeuwen het voornaamste beschuttingswapen; de vierkante en ronde vormen schijnen de oorspronkelijke te zijn geweest. Het grieksche S., het iS. van Argos, was rond; het was van hout, vlechtwerk enz. vervaardigd en met leder overtrokken. Het S. werd gedragen aan dwarshouten of lederen riemen, waardoor men den linkerarm sta...

Lees verder
1898
2022-09-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Schild

Schild - o. (-en), zeker verdedigingswapen, vroeger hier te lande beukelaar geheeten, van verschillende grootte en gedaante, dat nu eens uit hout met leder of metaal bedekt, dan weder geheel uit metaal bestond, en tot bescherming aan den linkerarm gedragen werd; met speer en schild gewapend: — iem. op het schild verheffen, gebruik der oude vo...

Lees verder
1870
2022-09-28
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Schild

Schild (Het) was in ouden tijd het voornaamste verdedigingswapen tegen houw en steek, tegen pijl en speer. De Grieken hadden groote schilden (tyreos), vervaardigd van onderscheidene lagen leder en een bedekking van metaal. In het midden bevond zich de navel (omphalos) in de gedaante van eene ijzeren punt, die ook tot wapen van aanval kon dienen. Vo...

Lees verder
1864
2022-09-28
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Schild

Schild, o. en m. (-en), (oudt.) rondas, plaat (ook soms van gevlochten teenen) tot verwering aan den linkerarm gedragen; met speer en - gewapend; op het - verheffen, gebruik der oude volken om iem. als aanvoerder of vorst te erkennen; (fig.) iemand in het (of den) - varen, iem. aantasten (inz. met woorden); iets in het - voeren, een geheim oogmerk...

Lees verder
1856
2022-09-28
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Schild

z.n.o. - Wapenbord, dat op den spiegel van jachten en andere schepen prijkt.

1573
2022-09-28
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Schild

Scutum, clypeus. Videtur dictio schild primaria sua significatione dici scutum pictum, aut scuti pictura & imago: sicut Clypeus Latinis & I.C. veteribus, imago picta aut pictura in clypeis dicta est. ger. schilt: gal. escu: ital. scudo, hisp. escudo: ang. shield, shelde.

Lees verder