Wat is de betekenis van schijnheilig?

2018
2021-10-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schijnheilig

schijnheilig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: schijn-hei-lig 1. wie vriendelijk doet terwijl hij het niet meent ♢ schijnheilig omhelsde hij haar Bijvoeglijk naamwoord: schijn-hei-lig ... is schijnheiliger dan ......

Lees verder
1973
2021-10-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

schijnheilig

bn. en bw. (-er, -st), huichelachtig vroom, deugdzaam in schijn: een — gezicht zetten.

1952
2021-10-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Schijnheilig

adj. & adv., skynhillich, -from, lakswiet, froed, moai (foar de hân, foar it each).

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Schijnheilig

bn. bw. (-er, -st), heilig, d.w.z. vroom, deugdzaam in schijn, hypocriet: een schijnheilig gezicht zetten ; zich schijnheilig gedragen ; — (bij uitbr.) geveinsd : schijnheilige voorkomendheid.

1926
2021-10-16
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Schijnheilig

Alleen op godsdienstig gebied komt de schijnheiligheid voor, in tegenstelling met de huichelarij, die men overal in het leven ontmoet. De naam zegt reeds, dat wij er mede op heilig terrein staan. De vijandig gezinde kringen, die met alle geloof gebroken hebben, gaan soms zóóver, dat zij letterlijk alle religieuse practijken der geloov...

Lees verder
1898
2021-10-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Schijnheilig

Schijnheilig - bn. bw. (-er, -st), heilig, vroom in schijn; geveinsd vroom : een schijnheilig gezicht zetten; zich schijnheilig gedragen; een schijnheilig gedrag. SCHIJNHEILIGHEID, v. geveinsde vroomheid, huichelarij.