Wat is de betekenis van scherprechter?

2020
2021-06-23
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

scherprechter

(1984) (wielr.) col of helling waar de vermoeide renners moeten afhaken tijdens de beklimming. Alleen de sterksten blijven over. Fransen gebruiken naast de benaming 'juge de paix' ook nog het woord 'magistrat' in dezelfde betekenis. In het DS-Magazine-citaat is de benaming toegepast op de schaatssport. • De Muur van Geraardsbergen, een heiligd...

Lees verder
2017
2021-06-23
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Scherprechter

Scherprechter - slangterm voor een col of helling waarbij de vermoeide renners moeten afhaken tijdens de beklimming. Alleen de sterksten blijven over. Franse renners gebruiken in hun argot hiervoor de termjuge de paix (sedert 1926), in dezelfde betekenis ook het woord magistrat. Vgl. ook andere Nederlandse benamingen voor dit soort obstakels: poten...

Lees verder
2010
2021-06-23
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

scherprechter

scherprechter: hindernis in het parcours die zorgt voor de beslissing in de wedstrijd; vaak is de scherprechter een zware beklimming; beslissende etappe. In de Ronde van Vlaanderen wordt steevast de Muur van Geraardsbergen beschouwd als scherprechter.

2009
2021-06-23
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

scherprechter

Col of helling waar de vermoeide renners moeten afhaken tijdens de beklimming. Alleen de sterksten blijven over. Fransen gebruiken naast de benaming ‘juge de paix’ ook nog het woord ‘magistrat’ in dezelfde betekenis. Andere Nederlandse benamingen voor dit soort obstakels zijn: kuitenbijter en potenbreker. Scherprechter kan ook gebruikt worden in de...

Lees verder
2009
2021-06-23
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

scherprechter

(de; -s) - factor, omstandig heid, bv. een lastige beklimming, die in een wedstrijd beïnvloedt of beslist wie kans maken op de eindzege. • De koers kende een zeer saai verloop. Zelfs de Muur van Geraardshergen, toch meestal de scherprechter in de Ronde van Vlaanderen, bracht in 1971 niet de beslissing. (ZUNDB) Herkomst: eig. ‘hij die met het scher...

Lees verder
1999
2021-06-23
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Scherprechter

Scherprechter - (Fr. juge de paix), bij het wielrennen: een col of helling waar de vermoeide renners moeten afhaken tijdens de beklimming. Alleen de sterksten blijven over. Fransen gebruiken naast de benaming juge de paix ook nog het woord magistrat in dezelfde betekenis. In het DS Magazine-citaat is de benaming toegepast op de schaatssport. De Kop...

Lees verder
1973
2021-06-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

scherprechter

m. (-s), (ook: hangman, hangedief, diefhenker, stokker, meester van den zwaarde), beul. (e) De scherprechter was belast met de pijniging van verdachten en met het voltrekken van de lijfstraffelijke vonnissen. Behalve de vaste inkomsten die de scherprechter genoot, werd hij voor zijn diensten nog volgens tarief beloond. Het ambt van scherprechter wa...

Lees verder
1952
2021-06-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Scherprechter

s., boal.

1950
2021-06-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Scherprechter

m. (-s), beul, persoon die belast is met het voltrekken der lijf-, inz. der doodstraffen.

1949
2021-06-23
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Scherprechter

zie Beul.

1937
2021-06-23
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Scherprechter

De voltrekker der lijfstraffen, ook wel, .meester van den scherpen zwaarde” genoemd. Men sprak vroeger ook van scherp recht. De scherpe bank was de pijnbank.

Lees verder
1933
2021-06-23
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Scherprechter

beul, belast m/d tenuitvoerlegging v. lijfstraffelijke vonnissen of de berechting v. ter dood veroordeelden.

1921
2021-06-23
Levende taal

T. Pluim - 1921

Scherprechter

de rechter, die met het scherp (d.i. het zwaard) recht, dus de beul.

1916
2021-06-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Scherprechter

Scherprechter - vroeger meester van den scherpen zwaarde geheeten, in de volkstaal beul, was belast met het voltrekken der lijfstraffelijke vonnissen. Het ambt van s. was gewoonlijk erfelijk in een bepaald geslacht; behalve een vast inkomen, werd hij voor zijn diensten meestal volgens tarief beloond, waarin waren opgenomen geeselen, brandmerken, ra...

Lees verder
1898
2021-06-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Scherprechter

Scherprechter - m. (-s), beul, vroeger meester van den scherpen zwaarde geheeten, iem. die belast is met het voltrekken der lijfstraffelijke vonnissen.

1898
2021-06-23
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Scherprechter

zie Beul.