Wat is de betekenis van scherp?

2020
2021-05-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

scherp

1) (1980+) (< Eng. sl. sharp) (jeugd) hip, volgens de mode. • Mogen we even voorstellen: Rick Rococco, nieuwe Oor columnist. Maakt de burelen al enige tijd, altijd scherp gekleed, onveilig met een mitrailleur-mix aan poetry & pose. (Oor, 21/10/1989) 2) (2006) (Hilversum, radio) klaar voor uitzending. • Scherp: plaat...

Lees verder
2018
2021-05-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

scherp

scherp - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. met veel peper erin ♢ wat een scherpe smaak heeft deze saus! 2. zo geslepen dat je er goed mee kunt snijden ♢ pas op, dit mes is erg scherp ...

Lees verder
2017
2021-05-18
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Scherp

Scherp - 'scherp staan': in staat zijn tot goede prestaties. 'Scherp rijden': lichamelijk en geestelijk geconcentreerd, met het oog op het leveren van een goede prestatie.

2015
2021-05-18
Bouw- en Vastgoedlexicon

Het Bouw- en Vastgoedlexicon door Hendrik Leurs.

Scherp

Benaming voor de schuine bovenzijde van een topgevel.

1998
2021-05-18
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Scherp

1. -gekleed, jeugdtaal voor ‘hip gekleed, volgens de laatste mode’. Uit het Engelse slang sharp. Sinds het begin van de jaren tachtig. Mogen we even voorstellen: Rick Rococco, nieuwe Oor columnist. Maakt de burelen al enige tijd, altijd scherp gekleed, onveilig met een mitrailleur- mix aan poetry &amp; pose. (Oor, 21/10/89) 2. - staan, soldate...

Lees verder
1998
2021-05-18
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

scherp

Van een manche of slem: een reële doch niet al te grote maakkans hebbend. Zie ook: aangetrokken; dun

Lees verder
1973
2021-05-18
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

scherp

pijnlijk voor het gezicht: de lucht is —, zeer helder, zodat het volle daglicht de ogen pijnlijk aandoet.

1952
2021-05-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Scherp

1. s.n., skerp (it), ich, igge; (van zeis), harpaed (it). 2. adj. & adv., skerp; (van woorden), bitsich, sneedsk; (van vloeistof), (fûl)frettend; het is — koud, it lûkt fyn, it is fyntsjes, it is fyn kâld; iem. een -e uitdrukking toevoegen, immen in hyp oer de noas jaen.

Lees verder
1950
2021-05-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Scherp

I. bn. bw. (-er, -st), 1. goed snijdend, goed geslepen (tgov. bot): scherpe messen, sabels, zwaarden, zeisen, scharen ; met scherpe wapens vechten : — scherpe lepel, een heelkundig instrument; — (fig.) de honger is een scherp zwaard, het is pijnlijk niet te eten te hebben, (ook) door de honger gedreven zal men veel...

Lees verder
1898
2021-05-18
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Scherp

zie Bitter.

1898
2021-05-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Scherp

Het begrip scherp heeft 3 verschillende betekenissen: 1. scherp - scherp - bn. bw. (-er, -st), goed snijdend (in tegenstelling met bot, stomp): scherpe messen, sabels, zwaarden, zeisen, scharen, dorens; — (fig.) de honger is een scherp zwaard, het is pijnlijk niet te eten te hebben, (ook) door den honger gedreven, zal men veel dingen doen, d...

Lees verder