Wat is de betekenis van Schepping?

2024-06-24
Winkler Prins Studie

UNIEBOEK | HET SPECTRUM (2024)

2024-06-24
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-24
Bijbels Lexicon

Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2017)

Schepping

Schepping, dat wat God heeft geschapen: de wereld. Schepping in de betekenis ‘het maken, het vormen van iets; creatie’ is niet specifiek bijbels. Maar wanneer het woord gebruikt wordt ter aanduiding van de wereld, is bijbelse invloed niet te ontkennen: de schepping als dat wat God geschapen heeft, zoals wordt verteld in de eerste twee hoofdstukken...

2024-06-24
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

schepping

schepping - zelfstandig naamwoord uitspraak: schep-ping 1. het maken ♢ bij de schepping van de wereld is leven ontstaan Zelfstandig naamwoord: schep-ping de schepping

2024-06-24
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Schepping

s., skepping.

2024-06-24
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Schepping

v. (-en), 1. het scheppen : sedert de schepping der wereld ; de schepping van een kunstwerk; 2. het geschapene: de ganse schepping rust; de mens is heer der schepping; de heer der schepping, de man; — dit is zijn schepping, hij heeft het ontworpen en tot stand gebracht.

2024-06-24
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Schepping

Het oudste scheppingsverhaal in de Bijbel, toegeschreven aan de Jahwist (Gen. 2 : 5 v.), is kinderlijk van opvatting: de oorspronkelijk dorre aarde werd door bevochtiging vruchtbaar; God vormde de mens uit aarde, plantte de hof van Eden, schiep de dieren en daarna uit een rib van Adam de vrouw. Het jongere, uit de Priestercodex stammende, verhaal v...

Wil je toegang tot alle 17 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-24
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

schepping

v. scheppingen (1 de daad van scheppen; 2 het geschapene; heelal; kunstwerk): 1. de der wereld; de schepping van een kunstwerk; 2 heel de schepping looft den Heer; de heer der schepping, de man; de scheppingen van een dichter, een componist.