Schelen
I. (scheelde, heeft gescheeld), 1. afwijken in eigenschappen of hoedanigheden, onderling verschillen: dat scheelt veel; het scheelt als dag en nacht, het verschilt zeer veel; 2. afwijken in afmeting, leeftijd, bedrag enz.: zij scheelt een hoofd met hem; het scheelt een dubbeltje; zij schelen niet veel in ouderdom; he...