Schele
gemeensl. zn. (-n), die scheel is; — (zegsw.) schelen zijn de mooisten niet, wederwoord op de uitroep „wat kan mij dat schelen!”
Van Dale Uitgevers (1950)
gemeensl. zn. (-n), die scheel is; — (zegsw.) schelen zijn de mooisten niet, wederwoord op de uitroep „wat kan mij dat schelen!”
Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?
Word vriendOf oriënteer eerst en blader door onze categorieën
Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang
Muiswerk Educatief (2017)
schele - zelfstandig naamwoord uitspraak: sche-le 1. iemand die scheel ziet ♢ vroeger werd mijn broertje uitgescholden voor 'schele' 1. zalig zijn de schelen, want zij zullen God dubbel zien [schee...
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen:
Sluit je aan bij 1.387 vrienden die Ensie steunen
Voer je e-mailadres in om verder te gaan of Login