Wat is de betekenis van schele?

2026-01-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Schele

gemeensl. zn. (-n), die scheel is; — (zegsw.) schelen zijn de mooisten niet, wederwoord op de uitroep „wat kan mij dat schelen!”

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-23
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

schele

schele - zelfstandig naamwoord uitspraak: sche-le 1. iemand die scheel ziet ♢ vroeger werd mijn broertje uitgescholden voor 'schele' 1. zalig zijn de schelen, want zij zullen God dubbel zien [schee...