Wat is de betekenis van Scheiding?

2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

scheiding

scheiding - zelfstandig naamwoord uitspraak: schei-ding 1. het uit elkaar gaan of uit elkaar zijn ♢ de scheiding duurde drie dagen 2. beëindiging van een huwelijk ♢ de kinderen hebben de scheidi...

Lees verder
2016
2021-01-19
Lenntech

Begrippenlijst Lenntech

Scheiding

Scheiding de isolatie van verschillende mengsels of stoffen in een mix.

2016
2021-01-19
Pensioen

Pensioenbegrippen omschreven

Scheiding

Een scheiding is de juridische ontbinding van een huwelijk. Bij een scheiding hebben beide ex-partners recht op de helft van het ouderdomspensioen dat de andere partner heeft opgebouwd. Tevens hebben de ex-partners recht op het opgebouwde partnerpensioen tot aan de scheidingsdatum wanneer de andere ex-partner komt te overlijden. Het opgebouwde oude...

Lees verder
1981
2021-01-19
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

scheiding

zie echtscheiding.

1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

scheiding

v. (-en), 1. het scheiden: de — en verdeling van een boedel; — van Kerk en Staat, verbreking van alle bijzondere betrekkingen ertussen; chemische ontleding, uitsluiting van goederengemeenschap tussen echtgenoten: tussen hem en zijn vrouw bestaat — van goederen; 2. m.n. verbreking of het uiteengaan van een huwelijksgemeenschap: na...

Lees verder
1965
2021-01-19
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

SCHEIDING

I, verlating, het in de steek laten. Iedere situatie waarin gevoelsbanden verbroken worden, kan ervaren worden als verlating.

1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Scheiding

v. (-en), 1. liet scheiden (in alle bet.): de scheiding van Noord en Zuid: de scheiding en verdeling van een, boedel; scheiding van Kerk en Staat, verbreking van alle bijzondere betrekkingen er tussen; — scheiding der metalen, loutering; — uitsluiting van goederengemeenschap tussen echtgenoten: tussen hem...

Lees verder
1933
2021-01-19
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Scheiding

1° ➝ Echtscheiding. 2° Scheiding van goederen, ➝ Huwelijksgoederenrecht. 3° Scheiding van tafel en bed (afkorting: s. t. b.). Moraal. Krachtens de natuurwet, dus Gods wet, is de huwelijksband absoluut onverbreekbaar (➝ Echtscheiding). Deze onverbreekbaarheid is noodig voor het heil van de menschheid. Voor het doel van het huwelijk, het...

Lees verder
1910
2021-01-19
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Scheiding

Scheiding - afzondering, verdeeling van hetgeen vroeger vereenigd was, b.v. van nalatenschappen, vennootschappen.

1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Scheiding

Scheiding - v. (-en), het scheiden (in alle bet.); (recht.) scheiding van goederen kan de gehuwde vrouw in bepaalde gevallen bij den rechter aanvragen; — scheiding van tafel en bed, een bij de Nederlandsche wet erkend middel, waardoor echtgenooten in staat worden gesteld, de dagelijksche en onderlinge samenleving te doen ophouden, zonder den...

Lees verder