Wat is de betekenis van Scheep?

2024-05-20
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Scheep

[uit te scheep], bw. van plaats, naar, op, in het schip: scheep gaan, scheep komen: — (veroud.) scheep! scheep, aan boord; — (zegsw.) voor iets scheep komen, zich voor het genoemde aanbieden, zich er voor uitgeven of er voor moeten doorgaan; — men moet varen waarvoor men scheep komt, men kan niet...

2024-05-20
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

scheep

(bw. v. plaats uit te scheep: naar, in of op het [of: een) schip; aan boord): hij gaat scheep; zegsw. Daar men voor scheep komt, moet men voor varen, men kan niet naar willekeur zijn positie veranderen.

2024-05-20
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

scheep

(sche:p) bw. [te scheep, te schip] in, naar, op het, een schip, aan boord: gaan, komen, zijn; daar men voor gaat, komt, moet men voor varen, men kan niet naar willekeur zijn positie veranderen; voor iets komen, zich daarvoor aanbieden.

2024-05-20
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Scheep

bw. van plaats, naar, op, in het schip: scheep gaan, scheep komen.

2024-05-20
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Scheep

Scheep - bijw. uitdr. op, in het schip : scheep gaan, scheep komen; scheep ! scheep !, aan boord; — (spr.) varen waarvoor men scheep komt, berekend zijn voor dat, waarvoor men zich uitgeeft; — ga niet scheep, zonder beschuit, neem uwe voorzorgsmaatregelen, alvorens iets te ondernemen; — (fig.) die scheep is, moet varen, waar men...

2024-05-20
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-20
Zeemans woordenboek

Jacob van Lennep (1865)

Scheep

bw. - voor te scheep op of naar het schip. Scheepgaan, scheepkomen. Scheep! Scheep! nu zijt getroost mijn lief! de tijt is kort,zegt Gijsbreght tegen Badeloch.Spreekwijze: Die voor hond scheep komt, moet knoken eten (men wordt geëerd al naar dat men zich voordoet). ’t Zelfde beteekent: Daar men voor scheep komt moet men voor varen. Ga...