Wat is de betekenis van Schedel?

2020
2022-01-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

schedel

(1980+) (jeugd) dom persoon. • Schedel: dom mens, iemand zonder hersens. ‘Hij is zo’n schedel, hij snapt geen enkele grap.’ (Marc Hofkamp en Wim Westerman: Aso's, Bigi's, Crimi's. Jongerentaalwoordenboek, 1989) • Dikke Mo: O ja. ‘Waar ben je, schedel?’ (Patricia Vlasman: In alles eenzaam. 2010)

Lees verder
2018
2022-01-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schedel

schedel - zelfstandig naamwoord uitspraak: sche-del 1. het ronde bovenste deel van het hoofd ♢ mijn broer Piet heeft een kale schedel 2. beenderen van het hoofd ♢ ze hebben een menselijke schede...

Lees verder
2010
2022-01-18
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

schedel

De botten van het hoofd die de hersenen omvatten en het gezicht ondersteunen. Ook cranium.

Lees verder
2007
2022-01-18
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

schedel

(jeugdtaal) dom persoon. Jaren tachtig. Gesignaleerd door Hofkamp & Westerman: ‘Hij is zo’n schedel, hij snapt geen enkele grap.’

Lees verder
2002
2022-01-18
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Schedel

zie grafschennis.

1997
2022-01-18
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

schedel

Je mot je schedel late lichte! snauwt ome Willem in Polletje Piekhaar [1935] van Rotterdammer Willem van Iependaal. Deze vloek maakt ergernis, minachting en woede duidelijk en moet niet letterlijk genomen worden. De betekenis komt in de buurt van ‘ik heb een rothekel aan je, donder nu maar op’.

Lees verder
1981
2022-01-18
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

schedel

het bovendeel van het hoofd van de mens en de kop van hogere diersoorten, in het bijzonder de beenderen waaruit deze bestaan. De schedel van de mens is opgebouwd uit de beenderen van de hersenschedel en de aangezichtsschedel. Alle schedelbeenderen zijn onderling stevig met elkaar vergroeid door naadverbindingen, die ontstaan doordat de beenderen me...

Lees verder
1974
2022-01-18
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

schedel

skelet van het hoofd; beenderen zijn door naden verbonden. Alleen de onderkaak is beweeglijk.

1973
2022-01-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

schedel

m. (-s), 1. cranium, skelet van het hoofd, opgebouwd uit een groot aantal beenstukken van verschillende vorm ⓔ; een harde — hebben, (fig.) niet snugger zijn; 2. geraamte van het hoofd, doodshoofd. ⓔ De beenstukken van de schedel ontwikkelen zich ten dele uit een kraakbenig voorstadium (delen van de schedelbasis, neuskapsel, oorkapsel), ten d...

Lees verder
1954
2022-01-18
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Schedel

cranium, het benig skelet van het hoofd, bestaat uit een schedeldak (calvarium) of hersenpan (neurocranium) met 8 beenstukken (achterhoofdsbeen, 2 wand- en 2 slaapbeenderen, voorhoofdsbeen, wiggebeen en zeefbeen) en de aangezichtsschedel met 14 beenstukken (2 traan-, 2 neus-, 2 gehemelte-, 2 neusschelp-, 2 bovenkaaks- en 2 jukbeenderen, ploegschaar...

Lees verder
1952
2022-01-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Schedel

s., plasse, hollekrún, harsenpanne; — van koe, met horens, gehaed (it).

1950
2022-01-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Schedel

m. (-s), 1. het bovendeel van het hoofd van de mens en van de kop van hogere diersoorten, vooral met de gedachte aan de beenderen die het vormen en aan de bekleding: zich op de schedel krabben; iem. de schedel inslaan; hij heeft een kale schedel; — als plaats waarom een krans als ereteken gedacht wordt: bekrans zijn sc...

Lees verder
1949
2022-01-18
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Schedel

(cranium), geheel der beenderen van het hoofd, dus die de hersenpan en het aangezicht vormen. Het gehele hoofd telt, met uitzondering van de tanden, 22 beenderen; 8 hiervan, de eigenlijke schedelbeenderen, begrenzen direct de hersenkas. De 14 aangezichtsbeenderen vindt men aan het voorste en onderste deel van de S. Zij vormen onderling en met de sc...

Lees verder
1937
2022-01-18
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

schedel

m. schedels, schedeltje (bovendeel van het hoofd van den mens en van de kop van hogere diersoorten inz. met de gedachte aan de beenderen: hersenpan, hersenkas; kruin, hoofd; het geraamte van het bovendeel van het hoofd; ook: een geheel doodshoofd): een harde schedel hebben, ook fig.

1933
2022-01-18
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Schedel

geraamte v/h bovendeel v/h hoofd, bij menschen en zoogdieren bestaande uit 22/28, v/h grootste deel vast samengegroeide beenderen (ploegschaarbeen, enz.).

1933
2022-01-18
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Schedel

(Lat.: cranium) noemt men het kopskelet bij de gewervelde dieren, bestaande uit been of kraakbeen. Men kan hieraan twee deelen onderscheiden, nl. het craniale deel, dat vnl. dient tot bescherming van de hersenen, welke hierin als in een doos liggen opgeborgen, en van de groote zintuigen (gezichts-, gehoor- en reukzintuig) en het viscerale deel, dat...

Lees verder
1928
2022-01-18
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Schedel

noemt men in ruimeren zin het geheel der beenderen, die het hoofd vormen; in engeren zin verstaat men er onder het geraamte van het bovendeel van het hoofd, een samenstel van beenderen, die, vast met elkander verbonden en samengegroeid, de hersenmassa omsluiten en tegen kwetsuren beschermen. De menselijke schedel bestaat uit 22 beenderen, behalve d...

Lees verder
1916
2022-01-18
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Schedel

Schedel - De s. is het, uit een groot aantal beenstukken bestaande skelet van het hoofd. Men onderscheidt er een hersen- en een aangezichtsgedeelte aan. Het eerste omsluit de hersenen ; in den aangezichtsschedel liggen de oogkuilen, de neusholte en in zekeren zin ook de mondholten. Voor de opsomming der samenstellende beenstukken zij naar het artik...

Lees verder
1898
2022-01-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Schedel

Schedel - m. (-s), (ontl.) het beenige gedeelte van het hoofd, hetgeen het omhulsel van de hersenen vormt, hersenpan; — top, kruin van het hoofd; hij heeft een kalen schedel; — (fig.) hoofd: bekrans zijn schedel met rozen. SCHEDELTJE, o. (-s).

Lees verder
1898
2022-01-18
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Schedel

zie Bekkeneel.