Wat is de betekenis van Schatting?

2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schatting

schatting - zelfstandig naamwoord uitspraak: schat-ting 1. niet-precieze omvang of waarde ♢ we maakten een schatting van de kosten 1. naar schatting [ongeveer] Zelfstandig naamwoord...

Lees verder
2016
2021-01-21
Cito

Onderzoek & Wetenschap

Schatting

Een schatting is de waarde van een schatter voor een gegeven steekproef.

2016
2021-01-21
Cijfers spreken

Cijfers spreken

schatting

Poging tot bepaling van een parameter op basis van steekproefgegevens.

1990
2021-01-21
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

schatting

schatting - Belastingen of heffingen die aan een prins of een staat door een andere prins of staat of door vazallen moeten worden betaald, als eerbewijs, erkenning van onderworpenheid of als prijs voor vrede, veiligheid en bescherming.

1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

schatting

v. (-en), 1. afgedwongen heffing, last door een veroveraar aan een onderworpen volk opgelegd; 2. het schatten; taxatie: opnieuw — aanvragen; 3. raming, begroting: een globale — van de onkosten maken; een ruwe, een voorlopige —.

Lees verder
1958
2021-01-21
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

SCHATTING

Scheidingsdijk, tevens waterkering, tussen twee gebieden (bijv. Oudegaaster 5.).

1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Schatting

v. (-en), 1. (veroud., arch.) belasting: is het geoorloofd den keizer schatting te geven? (Matth. 22 : 17); 2. afgedwongen heffing, last door een veroveraar aan een onderworpen volk opgelegd; 3. het schatten; taxatie: opnieuw schatting aanvragen; 4. raming, begroting: een globale schatting der onkosten maken; 5. waardering,...

Lees verder
1926
2021-01-21
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Schatting

heet in het Nieuwe Testament de belasting, die de Romeinsche overheid hief van de onderdanen van het groote rijk, vgl. Rom. 13 : 6, 7, waar het in den grondtekst gebruikte woord doelt op het hoofdgeld en de grondlasten, die moesten worden opgebracht. Bij de vraag der Farizeën aan Jezus, of het geoorloofd is, schatting te geven aan den keizer (...

Lees verder
1916
2021-01-21
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Schatting

Schatting - Meermalen moet in het rechtsverkeer de waarde eener zaak worden vastgesteld. In de eerste plaats bij koop ; de waardeering geschiedt hier in den regel door partijen, maar kan ook door deze aan een derde worden overgelaten (art. 1501 B. W.). Verder wanneer de hoegrootheid eener schade moet worden vastgesteld; voor dit geval worden zaken...

Lees verder
1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Schatting

Schatting - v. (-en), het schatten; taxatie: opnieuw schatting aanvragen; (bijb.) belasting : is het geoorloofd den keizer schatting te geven ?; — (fig.) achting.

Lees verder
1898
2021-01-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Schatting

zie Belasting.

1870
2021-01-21
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Schatting

Schatting of cijns noemt men het bedrag, dat een afhankelijk gebied betalen moet aan zijn souverein.