Wat is de betekenis van schatten?

2018
2021-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schatten

schatten - regelmatig werkwoord uitspraak: schat-ten 1. zeggen wat het ongeveer is ♢ ik weet niet precies wat de afstand tussen Amsterdam en Utrecht is, maar ik kan het wel schatten Regelmatig werkwoord: schat-ten ik...

Lees verder
2017
2021-01-27
WizWijs

Inzicht voor leerling en leerkracht

schatten

Schatten is een aantal bepalen zonder actief te tellen. In Wizwijs is schatten vanaf groep 3 een steeds terugkerende activiteit, zowel bij het domein 'Getallen en bewerkingen' als bij de domeinen 'Meten en meetkunde' en 'Verhoudingen'. In het begin schatten de leerlingen hoeveelheden concrete materialen, bijvoorbeeld ballen of blokken. Door te scha...

Lees verder
2016
2021-01-27
Cijfers spreken

Cijfers spreken

schatten

Uitgaande van kennis van de samenhang tussen variabelen op basis van (een) bekende waarde(n) van de onafhankelijke variabele(n) een uitspraak doen over de bijbehorende onbekende waarde van de afhankelijke variabele.

1998
2021-01-27
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

schatten

Van scores in een wedstrijd: trachten vooraf ongeveer te bepalen hoeveel deze elk of als totaal zullen opleveren. Bij een parenwedstrijd luidt deze schatting in percentages, bij viertallenwedstrijden in een saldo in IMP's. Zie ook: minlijst; pluslijst

Lees verder
1973
2021-01-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

schatten

(schatte, heeft geschat), 1. waarderen, taxeren: hoe duur schat u dit huis?; hij wordt op een miljoen geschat, men beweert dat hij wel een miljoen heeft; 2. ramen in het algemeen, van bedragen, hoeveelheden, afstanden, tijd enz.: de hoogte —; men schat de tijd die voor het herstel nodig is op één jaar; 3. waarde hechten aan, aan...

Lees verder
1950
2021-01-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Schatten

(schatte, heeft geschat), 1. waarderen, de waarde ramen, taxeren: hoe duur schat gij dit huis, deze zijde?; de geschatte waarde van iets; deskundigen hebben de schade geschat op 1000 gulden, begroot; hij wordt op een millioen geschat, men beweert dat hij een millioen rijk is; — zijn meubelen laten schatten,...

Lees verder
1898
2021-01-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Schatten

Schatten - (schatte, heeft geschat), daarvoor houden, meenen, achten : de hoogte van een toren schatten; iemands leeftijd schatten, ik schat dit een onwaardeerbaar voorrecht; — hij wordt op een millioen geschat, men beweert , dat hij een milioen rijk is; — van waarde achten, op prijs stellen: hij wordt door iedereen geschat; een zeer ge...

Lees verder
1898
2021-01-27
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Schatten

zie Achten, zie Begrooten.