Wat is de betekenis van Satan?

2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

satan

satan - zelfstandig naamwoord uitspraak: sa-tan 1. het kwaad, voorgesteld als een mannetje met horens ♢ de gelovige man was bang voor de satan Zelfstandig naamwoord: sa-tan de satan de s...

Lees verder
2001
2022-07-02
Internet woordenboek

Uitgave 2001 [draft]

SATAN

Programma om beveiligingslekken op te sporen in TCP/IP-netwerken.

2000
2022-07-02
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Satan

Satan, duivel; (fig.) persoon die het kwaad belichaamt, duivels figuur. Satanisch, duivels. In het Oude Testament wordt satan, letterlijk: tegenstander, gebruikt voor gewone mensen maar ook voor een (gevallen) engel; in het Nieuwe Testament wordt het woord afgewisseld met duivel (zie ook dat artikel). Vgl. 1 Kronieken 21:1, ‘Satan keerde zich tege...

Lees verder
1997
2022-07-02
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

satan

De letterlijke betekenis van satan is ‘vijand’. Eigenlijk is het de aardse naam voor de gevallen aartsengel Lucifer, de opperduivel. Als bastaardvloek is de term satan oud. Uit de Middeleeuwen is reeds de verwensing haal mij de satan bekend. Als uitroep hoe, watsatanlkomt het eerst in de 19de eeuw voo...

Lees verder
1993
2022-07-02
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Satan

duivel; duivels persoon

1981
2022-07-02
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

satan

zie duivel.

1973
2022-07-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Satan

m. (-s), (fig.) boosaardig, duivels persoon; (oneig.) verzoeker, verleider.

1955
2022-07-02
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Satan

duivel; satanisch: duivels

1955
2022-07-02
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

SATAN

zie Duivel.

1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Satan

s., satan; de, de kweade (oantrúnder).

1951
2022-07-02
Engels

Woordenboek Engels (1951)

Satan

Satan.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Satan

1. naam van de vorst der gevallen engelen, de duivel; de Satan is in hem gevaren, het is een duivel van een vent; 2. als zn. m. (-s), (fig.) boosaardig, duivels persoon; ook wel van vrouwen gezegd: een satan van een wijf; 3. (oneig.) verzoeker, verleider.

Lees verder
1949
2022-07-02
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Sătăn

indecl. en sătănās, ae, m. vijand; duivel.

1949
2022-07-02
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Satan

Hebr. in het algemeen voor tegenpartij, tegenstander, ook aanklager voor het gerecht. In ’t bijzonder de tegenpartij der mensen voor Gods rechterstoel (o.a. Job 1 : 6—12, 2 : 1—7). Vandaar S. = de Duivel*, bewerker van al het kwade.

Lees verder
1939
2022-07-02
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Satan

't Rijkst gezegend met kinderen.

1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

satan

m. satans (Gr.-Lat. satanas, oorspr. Hehr. de vorst der gevallen engelen: de duivel; iem. met een laag en geslepen karakter; gunstig: duivelskunstenaar).

1933
2022-07-02
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Satan

→ Duivel.

1933
2022-07-02
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Satan

➝ Duivel; Demon.

1926
2022-07-02
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Satan

is het hoofd van de gevallen engelenwereld. De naam Satan wordt op verschillende wijze verklaard, door sommigen als verklager of lasteraar der broederen (Openb. 12 : 10), door anderen als weder- of tegenpartijder. Taalkundig is de tweede vertolking de juiste, want letterlijk vertaald beteekent Satan „iemand die tegenstaat”. Merkwaardig...

Lees verder
1916
2022-07-02
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Satan

Satan - vijand, tegenpartijder, de Hebr. naam van den duivel (Gr. diabolos, lasteraar), een der namen, waarmee het wezen wordt aangeduid, dat men zich voorstelde als het hoofd der booze geesten en van den tegenstand tegen God en zijn rijk. In het tijdvak tusschen de Babyl. ballingschap en het optreden van Jezus werden de voorstellingen omtrent den...

Lees verder