Wat is de betekenis van sarren?

2018
2020-11-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

sarren

sarren - regelmatig werkwoord uitspraak: sar-ren 1. gemeen plagen ♢ deze jongen doet niet anders dan sarren Regelmatig werkwoord: sar-ren ik sar jij/u sart ...

Lees verder
1973
2020-11-24
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

sarren

(sarde, heeft gesard), tergend, prikkelend plagen, plagen om kwaad te maken: een hond —.

1898
2020-11-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Sarren

Sarren - (sarde, hooft gesard), tergen, prikkelen, kwaad maken; iem., een hond sarren; zij heeft mij den heelen dag al gesard. SARRING, v. het sarren, terging, gesar.

Gerelateerde zoekopdrachten