Wat is de betekenis van Ruit?

Synoniemen van Ruit

2016
2020-10-30
Koninklijke Nederlandse Hockeybond

Begrippenlijst Koninklijke Nederlandse Hockeybond

Ruit

Een ruit is een formatie in balbezit waarbij de spelers in de vorm van een ruit staan opgesteld.

2002
2020-10-30
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Ruit

Een klein rouw- of wapenbord. Dit 'bord' voerde men in de stoet mee en werd na afloop van de begrafenis in de kerk opgehangen. zie ook: kas.

1994
2020-10-30
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

ruit

ruit - zelfstandig naamwoord 1. glas in een raam ♢ hij schopte met de bal een ruit stuk 1. je eigen ruiten ingooien [je eigen zaak bederven] 2. patroon van kruisende lijnen...

Lees verder
1958
2020-10-30
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

RUIT

(Fr.: rút). Plant. Poel-R. veel in moerassige streken. Kleine R. op Ameland en Schiermonnikoog.

Lees verder
1933
2020-10-30
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Ruit

(Thalictrum), een plantengeslacht van de fam. der ranonkelachtigen; komt met 76 soorten in de Noordelijke gematigde streken voor en in de tropen op bergen. Het zijn overblijvende planten met vele bloemen bijeen. In onze streken komt op vochtige plaatsen de poelruit (Th. flavum) met gele welriekende bloem voor. In bosschen vindt men de kleine ruit (...

Lees verder
1916
2020-10-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Ruit

Ruit - (rhombus), vierhoek, waarvan alle zijden even lang zijn. Een ruit is een bijzonder geval van een parallelogram ; de diagonalen van een ruit staan loodrecht op elkaar. De inhoud van een ruit is gelijk aan ’t halve product der diagonalen.

1916
2020-10-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ruit

v./m. (-en), 1. (ook: rombus), vierhoek met gelijke zijden; 2. (heraldiek) genoemde figuur op een scherpe punt staand (e); aldus gevormd schild; roodgekleurd figuurtje van die vorm op een speelkaart; 3. vierkante of rechthoekige figuur, b.v. op een damof schaakbord, op papier, in een wafelijzer, in een wafel; geslepen vlakje op een edelsteen; blo...

Lees verder
1898
2020-10-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ruit

Het begrip ruit heeft 5 verschillende betekenissen: 1. ruit - ruit - v. (-en), parallellogram met gelijke zijden, inz. zulk een scheefhoekig parallelogram, rhombus (in de meetkunde aangeduid door het teeken ▱); vierhoekig perkje op servetgoed; — vierkante schijf vensterglas : door de ruiten kijken ; de ruiten zijn beslagen; eene nieuwe ruit i...

Lees verder
1870
2020-10-30
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Ruit

Zie Parallelogram.