Ruïne
(<Fr.), v. (-s, -n), 1. eig. het in puin vallen, instorten van een bouwwerk; (overdr.) ondergang, verderf, verwoesting; in ’t bijz. verlies van vermogen of fortuin. 2. overblijfsel van een verwoest of door de ouderdom vervallen gebouw, bouwval: de ruïne van Brederode; de ruïnen der verwoeste steden; — oneig.:...