Wat is de betekenis van Rotterdams?

2024-07-16
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-16
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

Rotterdams

Rotterdams - Bijvoeglijk naamwoord 1. (demoniem) betrekking hebbend op of afkomstig uit Rotterdam De Rotterdamse geleerde Erasmus is wereldberoemd. Woordherkomst Afgeleid van Rotterdam met het achtervoegsel -s

2024-07-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Rotterdams

I. bn., Rotterdam betreffende, van, uit Rotterdam: de Rotterdamse handel, havens; de Rotterdamse kermis, bij overdr. ook gezegd voor een glaasje rood met suiker. II. zn. o., het dialect der Rotterdammers.

2024-07-16
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

Rotterdams

bn., bw. (Rotterdam betreffende, te, uit, van R.): de Rotterdamse taal of het Rotterdams.

2024-07-16
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Rotterdams

('dams) 1. bn. (als) van, eigen aan, in, uit, betreffende Rotterdam. 2. o. Rotterdams dialekt.

2024-07-16
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Rotterdams

I. bn., Rotterdam of de Rotterdammers betreffende, van, uit Rotterdam: de Rotterdamse handel, havens; de Rotterdamse kermis; II. zn., o., het dialect van de Rotterdammers.