Wat is de betekenis van Rotterdammertje?

2024-07-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Rotterdammertje

1) (1924) (inf.) bepaald model zwarte schipperspet. • Zijn zeemanspet, een fijn-blauw Rotterdammertje, stond hem immes mooi. (Israël Querido, De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 4: Mooie Karel. 1924) • Janus liep daar maar zo rond in z'n schipperstruitje en z'n Rotterdammertje op één oor en hij wilde z'n eigen weghouwe...

2024-07-16
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

Rotterdammertje

Rotterdammertje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord Rotterdammer

2024-07-16
Ewoud Sanders woordenboeken

Ewoud Sanders (2019)

Rotterdammertje

Over de borrel naam rotterdammertje is het nodige te doen geweest. Net als amsterdammertje wordt dit woord gebruikt voor het 'laatste beetje uit de jeneverfles dat in kroegen gratis wordt geschonken in de tijd die de kastelein nodig heeft om een nieuwe fles te openen en bij te vullen'. In 1981 riep de journalist Jim Postma de lezers van Het Vrije V...

2024-07-16
Jargon & Slang van Havenarbeiders

Marc de Coster (2017)

Rotterdammertje

Rotterdammertje - benaming voor een soort schipperspet. Dit model pet was nauwkeurig voorgeschreven, nl. zwart met hoge rand. Vgl. Amsterdammer voor een tweede betekenis.