Wat is de betekenis van Rond?

2018
2022-09-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

rond

rond - bijwoord, bijvoeglijk naamwoord, voorzetsel 1. eerlijk en oprecht ♢ ik kom er rond voor uit dat ik veel van eten hou 1. voltooid, klaar ♢ de zaak is rond 2. zonder cij...

Lees verder
2017
2022-09-28
Politie

Jargon & Slang van Politieagenten en rechercheurs

Rond

Rond - de zaak is rond: alle feiten werden aan het licht gebracht.

2004
2022-09-28
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

rond

(vz.) - een reis rond de wereld, een reis om de wereld. Hoeveel tijd heb je nodig om een reis rond de wereld te maken? Jules Verne deed er tachtig dagen over, het ensemble I Fiamminghi doet het in tachtig minuten. De muzikale ontdekkingsreis houdt halt bij plaatsen waar Verne destijds voorbijtrok. - DS, 22-01-2003. zie pot.

Lees verder
1997
2022-09-28
Bierwoordenboek

Informatie voor en door de bierliefhebber

Rond

Rond in de zin van 'een ronde smaak' of 'rond van smaak', betekent zoveel als een smaak waarbij alle (smaak)eigenschappen een aangenaam en harmonisch geheel vormen, inclusief een aangename bitterheid. Geen van de smaakcomponenten is 'te' (te bitter / te zoet/ te...).

1979
2022-09-28
drank

Wijn & drank encyclopedie

Rond

Om rond of afgerond te zijn moet een wijn tegelijkertijd groot en harmonisch van opbouw zijn. Hij bereikt dan een volmaakt evenwicht en de wijze waarop zijn smaak de gehele mond vult wekt een indruk van volheid op.

1973
2022-09-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Rond

I. bn. en bw. (-er, -st), 1. alle delen van het oppervlak op gelijke afstand van het middelpunt hebbend; bolvormig: zo als een appel; de aarde is rond; 2. cilindrisch, rolrond: een ronde staaf; 3. cirkel-, kringof ringvormig, cirkelrond: een ronde vijver; ook van zaken die slechts gedeeltelijk cirkelvormig zijn, zoals boogvormig of gewelfd: een ron...

Lees verder
1963
2022-09-28
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

rond

: zie ronde birambi, schijf, snijboon, soep,struisbol.

1952
2022-09-28
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Rond

s.n., roun (it), rounte.

1937
2022-09-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

rond

I. bn. 1. alle delen van het oppervlak op gelijke afstand van het middelpunt hebbende; bol- of kogelvormig; ook wel: gedeeltelijk bolvormig: een ronde ivoren knop; een ronde kogel; ronde bellen; 2. cilindrisch, rolrond: een ronde staaf; 3. cirkelvormig, kringvormig; ook: gedeeltelijk cirkelvormig: een ronde vijver; een rond gebouw, met cirkelvormig...

Lees verder
1930
2022-09-28
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

rond

(ront) I. bn. en bw. (-er, -st) [Fr. < Lat. rotundus < rota, rad] 1. alle delen van het oppervlak op gelijke of zo goed als gelijke afstand van het middelpunt hebbend : een bol, een kogel is -. Tgst. vierkant. 2. gedeeltelijk rond (1) : een -e slaapmuts; de zeilen staan -. 3. de vorm van een cilinder hebbend : een hout; staven draaien. 4....

Lees verder
1911
2022-09-28
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Rond

van ’t Fr. rond, en dit van ’t Lat. rotundus, van rota = rad. Een rotonde is een ronde koepel: de Rotonde bij Blaricum (Gooi).

1898
2022-09-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Rond

Het begrip rond heeft 4 verschillende betekenissen: 1. rond - rond - bn. bw. (-er, -st), regelmatig gevormd, zonder hoeken, in tegenstelling met vierkant: zoo rond als een appel, als een cirkel, als een cilinder, als een ei ; de aarde is rond ; ronde borden ; ronde en vierkante tafels ; de ronde pijp van eene kachel: een ronde hoed, een fantasiehoe...

Lees verder
1898
2022-09-28
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Rond

zie Gul, zie Om.

1864
2022-09-28
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Rond

Rond, bn. kogelvormig, cirkelvormig, (tegenst. van vierkant); (fig.) opregt, openhartig; een - getal, eene -e som, cijfer dat min of meer het juiste is; een - (volkomen) jaar; de -e (zuivere) waarheid; -gezang, gezang met een refrein; (spr.) goed - goed zeeuwsch, de Zeeuwen zijn opregte menschen. *-, bijw. in het rond. *-, o. rond voorwerp, cirkel;...

Lees verder
1573
2022-09-28
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Rond

Rotundus, orbiculatus, orbicularis, sphaericus, cyclicus: globosus. ger. rund: gal. rond: ital. rotunde: hisp. redondo: ang. rond, round.

Lees verder