Wat is de betekenis van rok?

2020
2022-08-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

rok

Het begrip rok heeft 4 verschillende betekenissen: 1) vrouwenkledingstuk dat op de benen valt. kledingstuk dat meestal door vrouwen wordt gedragen dat om het middel sluit en over de benen valt. 2) formeel herenkostuum. formeel herenkostuum, dat bestaat uit een zwarte jas met twee scherpe punten aan de voorkant en twee lange panden aa...

Lees verder
2018
2022-08-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

rok

rok - zelfstandig naamwoord 1. kledingstuk voor vrouwen dat vanaf het middel over de benen valt ♢ de danseres droeg een wijde rok 1. het hemd is nader dan de rok [je doet eerder iets voor familie dan voor vreemd...

Lees verder
2017
2022-08-16
Marc De Coster

Auteur van o.a. Het Groot Scheldwoordenboek

Rok

Rok -vlies. Vb.: oogrok.

2017
2022-08-16
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Rok

Het soms ver onder de waterlijsten doorlopend kleedhout van een standerdmolen.

1997
2022-08-16
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

rok

zie vallen

1990
2022-08-16
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

rok

rok - Bovenkledingstukken voor het onderlichaam, in verschillende lengtes vanaf de taille of heup. Ook het onderste gedeelte van een japon, jas of ander kledingstuk.

1974
2022-08-16
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

rok

benaming voor de bladachtige delen van een bol, die deze geheel omgeven, in tegenstelling met de schubben die dat slechts ten dele doen. De rokken zijn gespecialiseerde bladeren ingeplant op korte, brede stengel (bolschijf = bolstoel). De vlezige rokken bevatten reservevoedsel. De vlezige rokken dienen ter bescherming (o.a. tegen uitdrogen).

Lees verder
1954
2022-08-16
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Rok

Bij bollen zijn de dikvlezige bladeren geworden tot reservebewaarplaatsen voor voedsel. Ze worden r. of schub genoemd en zijn ingeplant op de bolschijf. De buitenste r. is vaak vliezig (ui).

Lees verder
1952
2022-08-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Rok

s., rôk, rok.

1950
2022-08-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Rok

naam van een fabelachtige, reusachtige grote vogel in de 1001 Nacht, ook in Mhd. gedichten genoemd.

1937
2022-08-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

rok

I. o. rokken; spinrokken; zie rokken; etym. verwant met rok (II). II. m. rokken; 1. in het alg. kledingstuk van mannen en vrouwen: overkleed over het hemd of blote lichaam gedragen; over andere klederen inz. in vroeger dagen: Jozefs veelvervige rok; de Heilige Rok (rok zonder naad), het ongenaaide kleed des Heren; een rok van groen laken met goude...

Lees verder
1933
2022-08-16
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Rok

fabelachtige reuzenvogel uit Oostersche legenden.

1933
2022-08-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Rok

Onderdeel van de vrouwenkleeding. De costuumrok behoort tot de bovenkleeding, de onderrok tot de onderkleeding. Laatstgenoemde wordt nog slechts bij de plattelandsdracht en het nationaal costuum gehandhaafd (➝ Volksdrachten). Bij de gewone dameskleeding is de onderrok vervangen door de onderjurk.De snit van den r., speciaal van den costuumrok, word...

Lees verder
1916
2022-08-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Rok

Rok - (eig. Rokh) (Perz.), een fabelachtige vogel van ontzaglijke grootte. Ook naam van een figuur in het schaakspel = kasteel of toren.

1898
2022-08-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Rok

Het begrip rok heeft 2 verschillende betekenissen: 1. rok - rok - m. fabelachtige vogel van reusachtige grootte, veel in Oostersche volkssprookjes voorkomend. 2. rok - rok - m. (-ken), een kleedingstuk van mannen, als slaaprok, koorrok enz ; de Heilige rok, eene der reliquieën van Christus ; de Heilige rok van Trier; — kleedingstuk voo...

Lees verder
1870
2022-08-16
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Rok

Rok (De heilige), eene van de reliquieën der R. Katholieke Kerk (Johannes XIX: 23), wordt in verschillende kerken bewaard, bijv. te Argenteuil, te Rome in de Lateraankerk enz. De vermaardste in den jongsten tijd is die van den Dom te Trier, welke telkens om de 25 jaar plegtig aan de geloovigen wordt vertoond en in 1844 aanleiding gaf tot de stichti...

Lees verder
1856
2022-08-16
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Rok

z.n.v. - Lap prezenning, die ergends over getrokken is. Spreekwijze: Zijn rok keeren (zijn huik naar den wind hangen).

Lees verder