Wat is de betekenis van roepen?

2018
2021-06-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

roepen

roepen - onregelmatig werkwoord uitspraak: roe-pen 1. heel luid en met lange uithalen iets zeggen ♢ moeder roept dat ik moet komen eten 1. niemand voelt zich geroepen [niemand vindt dat hij het moe...

Lees verder
1973
2021-06-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

roepen

(riep, heeft geroepen), 1. schreeuwen, een kreet, kreten slaken: de vogels fluiten en —; zich hees —; 2. de stem luid verheffen om iets mee te delen: ik hoor iemand —; 3. met luide stem verkondigen; 4. in het openbaar afkondigen, bekendmaken; 5. de stem verheffen om iets te verkrijgen: om hulp —; 6. wekken: ik zal je morgen...

Lees verder
1952
2021-06-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Roepen

v., roppe, rôp, roppen.

1950
2021-06-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Roepen

(riep, heeft geroepen), 1. schreeuwen, een kreet, kreten slaken: roepen en tieren; de vogels fluiten en roepen; — zich hees roepen; 2. de stem luide verheffen om iets mee te delen: iets roepen; wat heeft hij geroepen?; hij riep ,,houdt de dief”: moord, brand roepen; 3. met luide st...

Lees verder
1898
2021-06-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Roepen

Roepen - (riep, heeft geroepen), schreeuwen, zich mot eene luide stem laten hooren : ik hoor roepen ; wie roept daar ? ; — om hulp roepen, hulp inroepen; — dat roept om wraak, dat moest gewroken worden; — de nachtwacht heeft tien geroepen, met luider stemme verkondigd, dat het 10 uur is ; — zich heesch roepen, zó&o...

Lees verder