Wat is de betekenis van roem?

2018
2021-10-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

roem

roem - zelfstandig naamwoord 1. heel bekend zijn ♢ de roem van Marco Borsato is ongekend 1. eigen roem stinkt [je moet niet zo opscheppen over jezelf] 2. op de vleugels van de r...

Lees verder
1973
2021-10-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

roem

m., eigen lof; meestal in de uitdr.: — dragen (op iets), er trots op zijn, het zich als verdienste toerekenen; (zegsw.) eigen — stinkt, men heeft geen respect voor de lof die iemand zichzelf toezwaait; lof en eer die aan iemand of iets door anderen wordt toegekend: zich met — overladen; zijn — overleven, na beroemd te zijn...

Lees verder
1952
2021-10-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Roem

s., rom, rop, gloarje.

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Roem

m., 1. eigen lof; in de uitdr. roem dragen op iets, er trots op zijn; zich als verdienste toerekenen: hij draagt er roem op, dat zijn ondergeschikten voor hem beven; 2. lof en eer die aan iem. of iets door anderen wordt toegekend: zijn roem vestigen, verhogen, verliezen; zich met roem overladen; — zijn roem ove...

Lees verder
1898
2021-10-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Roem

Roem - m. (bijb.) roep waarin iemand staat: uw roem is niet zeer fijn; — voortreffelijke naam, gunstige bekendheid: zijn roem vestigen, verhoogen, verliezen ; — eer, lof, aanzien, achting: zich met roem overladen ; — zijn roem overleven, in vergetelheid geraken: — hij is de roem van zijne familie, zijne familie kan trotsc...

Lees verder
1898
2021-10-16
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Roem

zie Eer.