Wat is de betekenis van rivier?

2021
2021-12-07
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Rivier

Een rivier is een natuurlijke waterstroom. Deze brede natuurlijke waterloop verzorgt de afwatering van een stroomgebied. Een rivier is het zichtbare gedeelte van het afvoersysteem dat het overtollige water in een bepaald gebied afvoert. Een rivier ligt altijd in een stroomgebied, dat het totale omringende gebied is waarbinnen al het overtollige wat...

Lees verder
2018
2021-12-07
Centraal Bureau voor de Statistiek

Begrippenlijsten van het CBS

Rivier

Natuurlijke waterloop waarop scheepvaart mogelijk is. Zie ook: Vaarwegkarakter

2018
2021-12-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

rivier

rivier - zelfstandig naamwoord uitspraak: ri-vier 1. natuurlijke waterstroom die uitmondt in zee ♢ de Maas en de Waal zijn rivieren Zelfstandig naamwoord: ri-vier de rivier de rivieren...

Lees verder
1993
2021-12-07
Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Rivier

Stromend water dat zich vanaf de oorsprong (bijv. bron of gletsjer) in een bedding een weg zoekt naar lager gelegen gebieden, en meestal uitmondt in een zee. Bijna overal op aarde vormen rivieren een belangrijke schakel in de kringloop van het water. Rivieren kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld, o.m. op basis van de wijze waarop zij g...

Lees verder
1992
2021-12-07
Symbolen

Hans Biedermann

rivier

Aan de grote stromen ontstonden rond 3000 v.C. de grote culturen van de Oude Wereld. Wat de Huanghe, Ganges, Indus, Eufraat-Tigris en Nijl als richtlijn voor de geschiedenis van de mensheid betekenen, is cultuurhistorisch nog nooit vergelijkend en synthetisch uiteengezet (in de Nieuwe Wereld bestaat geen vergelijkbaar fenomeen).

1973
2021-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

rivier

[<Fr.], v./m. (-en), 1. grote hoeveelheid water die, al dan niet permanent, door een duidelijk zichtbaar en natuurlijk stroombed afvloeit (e); de rivier ligt dicht, is bevroren; open rivier, die niet door ijs is versperd; (ook) niet door sluizen afgesloten; 2. (geografie) bij uitbreiding ook de onder de directe invloed van de rivier gevormde afz...

Lees verder
1952
2021-12-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Rivier

s., rivier, stream.

1950
2021-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Rivier

(<Fr.), v. (-en), stromend water dat door vereniging van beken of andere waterlopen op natuurlijke wijze ontstaat en in zee of een andere rivier uitloopt; de bron, de bedding, de loop, de oever, de monding, het verval van een rivier; — de grote rivieren, bij ons de Rijn, Waal, IJsel en Maas; — de rivier ligt d...

Lees verder
1937
2021-12-07
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

rivier

v. -en, riviertje; Fr. rivière (v. Lat. ripa = oever): een min of meer aanzienlijk stromend water, dat door de vereniging van beken ontstaat en zelf zich een weg baant naar een andere rivier, naar een meer of naar de zee: de bron, de loop, de mond v.e. rivier; open rivier, niet door een sluis afgesloten; aan de rivier; de rivier op, af; zie...

Lees verder
1933
2021-12-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Rivier

A) Aardr. Een r. is een klimatol. verschijnsel, dat slechts daar kan optreden, waar de neerslag de verdamping overtreft. Geschiedt dit slechts gedurende een gedeelte van het jaar, dan ligt in de overige maanden de rivierbedding droog (fiumaren van Italië). Wordt een r. uitsluitend door het regenwater, dat echter voor een groot deel in den bode...

Lees verder
1916
2021-12-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Rivier

Rivier - Het aan de oppervlakte afstroomende deel van den neerslag beweegt zich slechts zelden over groote vlakten gelijkmatig en afspoelend ; in den regel verzamelt het zich in de laagten in het oppervlak en volgt de helling van deze. Zulke wateraderen worden, al naar de grootte, beken of rivieren genoemd. De afstroomende aderen behooren tot bepaa...

Lees verder
1898
2021-12-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Rivier

Rivier - v. (-en), altijd stroomend water dat gewoonlijk op de bergen ontspringt en in zee of eene andere rivier uitloopt; de bron, de bedding, de loop, de oever, de monding, het verval eener rivier; — (spr.) alle rivieren loopen in de zee, schertsend gebezigd na de mededeeling van iets zeer gewoons, dat als iets buitengewoons werd voorgestel...

Lees verder
1870
2021-12-07
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Rivier

Rivier is de naam van een aanzienlijk stroomend water, dat door de vereeniging van onderscheidene beken ontstaat en zelf zich een weg baant naar eene andere rivier, naar een meer of naar zee, of zich ook wel eens in barre zandvlakten verliest. De rivieren ontspringen gewoonlijk uit bronnen, somtijds ook uit meren. De bronnen bevinden zich overal, w...

Lees verder