Rijkdom
m. (-men), 1. (abstr.) toestand waarin iem. verkeert die veel geld en goed bezit; het rijk-zijn : tevredenheid, gezondheid gaat boven rijkdom; — (spr.) rijkdom en een dubbeltje kennen elkaar, zuinigheid voert tot rijkdom; 2. (concr.) geld en goed, vermogen : rijkdom vergaren, naar rijkdom jagen ; — dikwijls in &rsqu...