Wat is de betekenis van riem?

2020
2022-07-04
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

riem

Het begrip riem heeft 7 verschillende betekenissen: 1) gordel om mee vast te binden. gordel of band die dient om iets of iemand mee vast te maken, om rondom iets of iemand te binden of om iets of iemand aan te bevestigen of vast te maken. 2) smalle band om een broek. smalle, lange band, vaak gemaakt van leer, die over een kledingstuk...

Lees verder
2020
2022-07-04
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Riem

Zie Rieme

2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

riem

riem - zelfstandig naamwoord 1. band van stevig materiaal met gesp ♢ hij draagt altijd een riem om zijn broek 1. iemand een hart onder de riem steken [moed inspreken] 2. veil...

Lees verder
2008
2022-07-04
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

riem

(de; -en) KR - riem van leder met gereglementeerde afmetingen die door gewichtheffers als een steuntje in de rug om het middel wordt gedragen, syn. belt.

1993
2022-07-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Riem

roeispaan; papiermaat (ca. 500 vel)

1990
2022-07-04
BDI

BDI terminologie

riem

aanduiding voor een hoeveelheid papier: twintig boek d 24 of 25 vel; totaal 480 of 500 gevouwen vellen.

1964
2022-07-04
voornamen

Voornamenboek

Riem

v -> Rieme (Fri.).

1959
2022-07-04
Kunstgeschiedenis

Uitgave 1959 Amsterdam Boek

Riem

Smal, plat profiel tussen twee bouwonderdelen. De in uitspringend reliëf aangebrachte ringen boven en onder aan de zuilschacht.

1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Riem

s., riem(e), riemme, rym, rime; (gordel), gurdle, gurl.

1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Riem

m. (-en), I. 1. smalle lange strook, inz. van leer ; (spr.) uit eens anders leer is het goed riemen snijden, het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over iets dat een ander toebehoort; — ik zal je aan riemen snijden, bedreiging in de volkstaal; — inz. reep om iets vast te binden, leren band: boeken in een rie...

Lees verder
1949
2022-07-04
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Riem

in papierhandel: 20 boek van 25 vel.

1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

riem

I. m.-en, riempje; 1. lange, smalle strook of reep, inz. van de tot leder toebereide huid van een dier; leren band; (leren) band om het middel, gordel: een schoenriem; een sjees op riemen; een degenriem; de buikriem van een paard; werkt. een riem zonder eind; spreekw. Het is goed riemen snijden uit andermans leer, a) men kan gemakkelijk royaal zijn...

Lees verder
1933
2022-07-04
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Riem

maat i/d papierhandel: 20 ; boek 2).

1933
2022-07-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Riem

Een hoeveelheid papier van 500 vellen.

1916
2022-07-04
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Riem

Eene hoeveelheid papier, 20 boek = 480 vel.

1916
2022-07-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Riem

Riem - (Hd. Ries, Eng. Ream, Fr. Rame, van het Arab. rismat, bundel), in den papierhandel een hoeveelheid van 20 boek van 24 vel; gewoonlijk 500 vel. In Engeland is een „Printer’s ream” 21⅓ boek; in Duitschland sedert 1877 een „Neuries” 1000 vel.

1910
2022-07-04
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Riem

Riem - in den papierhandel: hoeveelheid van 20 boek à 24 vel bij Hollandsch schrijf en geschept papier, pakpapier en verpakt postpapier en à 25 vel bij drukpapieren. In den papierhandel wordt vaak bij den prijs aangegeven of deze op riemen van 480 of van 500 vel betrekking heeft.

1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Riem

Het begrip riem heeft 3 verschillende betekenissen: 1. riem - riem - . m. (-en), smalle lange strook (inz. van leder); — lederen gordel (inz. om er geld in te bergen); — lederen band (aan schoenen, rijtuigen, wapenen enz.); — gereedschap om voorwerpen aan elkander te binden, vast te houden, er aan te hangen enz. : boeken in een ri...

Lees verder
1898
2022-07-04
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Riem

zie Gordel.

1573
2022-07-04
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

riem

sax. sicamb.fris . j. nestel. Ligula, ligula adstrictoria

Lees verder