Wat is de betekenis van Ridicuul?

1994
2022-12-08
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Ridicuul

[Fr. ridicule] belachelijk, bespottelijk.

1993
2022-12-08
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Ridicuul

(ridikuul) belachelijk

1973
2022-12-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Ridicuul

[Fr.], bn. en bw. (-culer, -st), belachelijk, bespottelijk.

1955
2022-12-08
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Ridicuul

belachelijk, bespottelijk

1950
2022-12-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Ridicuul

(<Fr.), bn. bw. (...culer, -st), belachelijk, bespottelijk.

1914
2022-12-08
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

ridicuul

ridicuul - zie: „ridicule”.

1906
2022-12-08
wink

Wink's vreemde woordenboek

Ridicuul

Fr., belachelijk.

1898
2022-12-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ridicuul

Ridicuul - bn. bw. (...culer, -st), belachelijk, bespottelijk.

1864
2022-12-08
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

ridicuul

ridicuul - bn. (ridiculer, ridicuulst), belachelijk, bespottelijk