Rib
v. (-ben), RIBBE, v. (-n), 1. elk van de dunne gebogen beenderen, die paarsgewijze aan de rug- of borstwervels verbonden, de borstholte omgeven: de ware of lange ribben, de 7 bovenste paren die naar het borstbeen gaan ; de korte of valse ribben, de volgende 3 paren die aan elkander en de onderste ware ribben met kraakbee...