Wat is de betekenis van religieus?

2018
2021-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

religieus

religieus - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: re-li-gi-eus 1. wat met godsdienst te maken heeft ♢ het naar de kerk gaan is een religieus gebruik 2. wie in god gelooft ♢ zijn moeder is erg religie...

Lees verder
1993
2021-01-27
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Religieus

godsdienstig; bovenzinnelijk

1973
2021-01-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

religieus

[→Fr.], I. bn. en bw. (-zer, -st), 1. betrekking hebbend op de godsdienst; 2. godvruchtig, godsdienstig: zeer zijn; aan de godsdienst gewijd: een religieuze congregatie; 3. gebonden aan een kloosterregel of gelofte; 4. bovenzinnelijk; extatisch: een religieuze verering voor iemand koesteren; II. m. (-zen), lid van een orde of congregatie...

Lees verder
1950
2021-01-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Religieus

(<Fr.), I. bn. bw. (...zer, -t), 1. betr. hebbend op de godsdienst; 2. godvruchtig, godsdienstig : zeer religieus zijn ; — aan de godsdienst gewijd: een religieuze congregatie; 3. (w. g.) consciëntieus, nauwgezet: hij heeft die zaak religieus behandeld; II. m. (...zen), (w. g.) regulier, kloosterling.

Lees verder
1948
2021-01-27
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

religieus

godsdienstig, godvrezend, vroom.

1914
2021-01-27
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

religieus

religieus - godsdienstig, kerkelijk,stipt; „religieuse”: non; geestelijke zuster.

1898
2021-01-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Religieus

Het begrip religieus heeft 2 verschillende betekenissen: 1. religieus - religieus - bn. bw. (...zer, -t), godvreezend, godvruchtig, godsdienstig: zeer religieus zijn; — vroom, nauwgezet: hij heeft die zaak religieus behandeld. 2. religieus - religieus - m. en v. (...zen), (w.g.) regulier, ordesgeestelijke; kloosterling. RELIGIEUZE, v. (-n),...

Lees verder
1864
2021-01-27
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

religieus

religieus - bn. en bijw. (religieuzer, religieust), godvreezend, godvruchtig, godsdienstig; vroom, nauwgezet; hij heeft die zaak religieus (gemoedelijk) behandeld