Wat is de betekenis van relatief?

2021
2021-05-11
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Relatief

Relatief betekent letterlijk betrekkelijk. Iets is betrekkelijk ten opzichte van iets anders. Verhoudingen tussen twee zaken spelen dus een rol. Vaak wordt het begrip relatief gebruikt in een afweging of vergelijking: ''Of iets duur is hangt af van hoe je het bekijkt. In een rijk land kan ik voor een euro één brood kopen, terwijl ik er in een arm l...

Lees verder
2018
2021-05-11
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

relatief

relatief - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: re-la-tief 1. afhankelijk van andere dingen ♢ het belang van een goede busverbinding is relatief (als je geen auto hebt is het belang groot, anders niet) 2. in verhouding tot iets ande...

Lees verder
1994
2021-05-11
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Relatief

[Lat. relativus] bn betrekkelijk, betrekking hebbend op.

1993
2021-05-11
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Relatief

betrekkelijk; betrekking hebbend op; verhoudingsgewijs

1973
2021-05-11
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

relatief

I. bn. en bw., 1. betrekking hebbend op (e); 2. betrekkelijk: relatieve beweging, beweging van een voorwerp ten opzichte van iets anders: dat heeft slechts relatieve waarde; relatieve begrippen, waaraan een vergelijking ten grondslag ligt, b.v. jong en oud, klein en groot; dat is —, niet absoluut; 3.(taalkunde) naar een antecedent verwijzend...

Lees verder
1955
2021-05-11
vreemd

Vreemde woordenboek

Relatief

betrekkelijk; betreffende

1952
2021-05-11
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Relatief

adj., relatyf, bitreklik.

1950
2021-05-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Relatief

(<Fr.), I. bn. bw., betrekkelijk, afhangende van iets anders : relatieve beweging, beweging van een voorwerp ten opzichte van iets anders; dat heeft slechts relatieve waarde; relatieve begrippen, waaraan een vergelijking ten grondslag ligt, b.v. jong en oud, klein en groot; — relatieve vastheid, weerstand tegen...

Lees verder
1948
2021-05-11
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

relatief

betrekkelijk; betrekking hebbend op, met betrekking tot.

1939
2021-05-11
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Relatief

(< Fr. relatij; < Lat. relativus; < relatus; → relatie). 1) Eig. Met betrekking tot; ten opzichte van. Bv. Relatief maximum = maximum in vergelijking met zekere omgeving. Relatief priem = onderling ondeelbaar. 2) Oneig. in relatief convergent = niet absoluut convergent. 3) Wordt ook wel gebruikt ter vervanging van algebraïsch in...

Lees verder
1898
2021-05-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Relatief

Relatief - bn. bw. betrekkelijk: de relatieve waarde der cijfers; betrekking hebbende op, in verband of verhouding tot: dat heeft slechts relatieve waarde; relatieve begrippen, waaraan eene vergelijking ten grondslag ligt: bv. jong en oud, klein en groot; (sprk.) relatieve voornaamwoorden betrekkelijke.

1870
2021-05-11
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Relatief

Relatief, afkomstig van het Latijnsche woord relatio (betrekking, verhouding), is een woord, hetwelk gebezigd wordt om de betrekking der dingen tot den beschouwenden geest en onderling aan te duiden. Daarom noemt men de begrippen, waardoor men zich de verhouding der dingen voorstelt, relatieve begrippen, en deze maken een voornaam gedeelte uit van...

Lees verder
1864
2021-05-11
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

relatief

relatief - bn. betrekkelijk, betrekking hebbende op, in verband of verhouding tot