Wat is de betekenis van reiger?

2020
2020-12-02
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

reiger

vogel met lange nek en poten. slanke vogel met een lange nek, een spitse snavel en lange poten, die bij de grotere soorten, zoals de hier voorkomende blauwe reiger en grote zilverreiger, een lengte bereikt van bijna een meter, matig snel vliegt met een diepe, trage wiekslag en soms een zweefvlucht, en neerstrijkt langs waterkanten om roerloo...

Lees verder
2018
2020-12-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

reiger

reiger - zelfstandig naamwoord uitspraak: rei-ger 1. grote grijze vogel met lange poten en lange snavel ♢ de reiger ving een vis en at hem op Zelfstandig naamwoord: rei-ger de reiger de...

Lees verder
2017
2020-12-02
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Reiger

Reiger - afgaan als een reiger: zakken voor een examen. Zie ook afgaan.

2007
2020-12-02
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

Reiger

lang en mager persoon. Bij Ter Laan (1929) ook een scheldwoord voor een handelsreiziger. Reiger: Spotnaam, lang en mager manspersoon. (Amaat Joos.Waas Idioticon, 1900)

Lees verder
2004
2020-12-02
vogelnamen

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Reiger

Algemene N benaming voor de leden van de (sub)familie der Ardeinae (Ardeidae), waarvan de Blauwe Reiger in de Lage Landen de meest bekende vertegenwoordiger is. De Kwak (ook Nachtreiger genoemd), het Woudaapje en de Roerdomp zijn de drie Reigersoorten zónder '-reiger' in de officiële N naam. Het element Reiger zit ook in Zandr...

Lees verder
1998
2020-12-02
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Reiger

afgaan/schijten als een zie afgaan.

Lees verder
1992
2020-12-02
Symbolen

Hans Biedermann

reiger

(Gr. herodios; Lat. ardea), een grote waadvogel met scherpe snavel, volgens de sagen uit de Oudheid een vijand van de adelaar en de leeuwerik, maar een vriend van de kraaien, gewijd aan Poseidon (Neptunus), de god van de zee. Hij werd als gunstig voorteken (augurium) beschouwd.

1973
2020-12-02
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

reiger

m. (-s), een ooievaarachtige vogel uit de familie reigers; (zegsw., plat) schijten als een —, vaak en veel dunne ontlasting hebben; afgaan als een -, een bijzonder slecht figuur slaan; zo mager als een broodmager.

1916
2020-12-02
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Reiger

Reiger of Blauwe reiger, ook Aalreiger genaamd, Ardea cinerea. Lengte tot 96 c.M„ staart 14 c.M.; blauwachtig grijs, onderkant wit. Op den kop een kuif van lange veeren, Leeft overal in de oude wereld, behalve in het hooge N. Hier te lande zomergast van April tot September ; vele exemplaren blijven echter den winter over; nestelt in boschrijke stre...

Lees verder
1898
2020-12-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Reiger

Reiger - m. (-s), (nat. hist.) eene onderorde van moerasvogels met langen, sterken en harden snavel (ardeae); zij vliegen snel, doch onbehendig; een inlandsch geslacht dezer vogels, kleiner dan de ooievaars, waartoe vooral de blauwe, de purper de zilverreiger, de kwak en de roerdomp behooren, inz. de blauwe reiger (ardea cinerea), 1. M. groot; die...

Lees verder