2019-11-16

regeren

regeren - regelmatig werkwoord uitspraak: re-ge-ren 1. er het hoogste gezag hebben en het besturen ♢ de regering regeert over het land Regelmatig werkwoord: re-ge-ren ik regeer jij/u regeert hij/zij regeert wij/zij/jullie regeren ik/jij/u/hij/z...