Synoniemen van rector

    • schoolhoofd
2020-04-07

rector

rector - zelfstandig naamwoord uitspraak: rec-tor 1. iemand die de leiding heeft op een school voor voortgezet onderwijs ♢ de lastige leerling moest bij de rector komen Zelfstandig naamwoord: rec-tor de rector de rectoren het rectortje

2020-04-07

Rector

Rector - m. (-en), bestuurder, eerste leeraar aan een gymnasium; rector magnificus, eerste bestuurder, voorzitter van den academischen senaat; — (R. K.) geestelijke verzorger van een vrouwenklooster; priester in eene geestelijke inrichting, in een gesticht enz.; onderpastoor in eene hulp- of bijkerk.

2020-04-07

Rector

Rector of bestuurder was in het Romeinsche Rijk ten tijde van keizer Constantijn de titel van een stadhouder, ondergeschikt aan den praefect of exarch. Op kerkelijk gebied geeft men dien naam aan den opperste van een klooster of van eene geestelijke stichting, en op dat van het onderwijs aan den bestuurder van een gymnasium of van eene Latijnsche school, terwijl de voorzitter van een académischen Senaat den titel voert van rector magnificus.

2020-04-07

Rector

Rector - (Lat.), bestuurder, tijdens Constantijn d. Gr. een stadhouder, in de Kerk de opperste van een klooster of geestelijke stichting, bij het Onderwijs het hoofd van een gymnasium, terwijl de voorzitter van een academischen senaat R. Magnificus heet.

2020-04-07

rector

rector - m. (rectoren), bestuurder, eerste leeraar (aan een latijnsche school of een gymnasium); (ook) zekere kerkelijke waardigheid bij de r.k.; rector magnificus, eerste bestuurder, voorzitter van den academischen senaat

2020-04-07

rector

rector - m., bestuurder van een gymnasium ; voorzitter van een studenten-vereeniging, hoofd eener geestelijke instelling ;„rector magnificus”, m., voorzitter van den senaat of raad eener universiteit.

2020-04-07

Rector

1° Priester, wien een kerk is toevertrouwd, welke geen parochiekerk is. 2° In sommige kloostergenootschappen benaming van den overste van een klooster of huis. 3° Hoofd van een seminarie, college, gymnasium of dgl. onderwijsinrichting. 4° Rector chori, ook genoemd regens chori, magister chori, magister cantus, rector cantus; vroeger cantor, psaltes, psalmista, praecentor, phonascus, enz., de persoon, die krachtens de kerkelijke bepalingen in de koren van kanunniken en kloosterlin...

2020-04-07

rector

m. 1 bestuurder v. e. gymnasium of lyceum; 2 geestelijke wiens kerk geen parochiekerk ls; 3 overste van sommige kloosters; ~ magnificus, bestuurder v. e. hogeschool, voorzitter v. e. academische senaat.

2020-04-07

RECTOR

(Lat., leider) is een priester, aangesteld over een kapel, die geen kapittel- of parochiekerk is. Verder wordt in sommige kloosters de overste van een huis rector genoemd. Rector is voorts de naam van hoofden van seminaries, gymnasia en andere onderwijsinstituten; rector magnificus is de titel van de jaarlijks benoemde voorzitter van een academische senaat.

2020-04-07

rector

enz. → rektor enz.