Wat is de betekenis van rechtstreeks?

2025-12-17
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

rechtstreeks

rechtstreeks - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: recht-streeks 1. zonder omweg ♢ je komt uit school rechtstreeks naar huis! Bijvoeglijk naamwoord: recht-streeks de/het rechtstreekse ... Synoniemen direc...

2025-12-17
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

rechtstreeks

(bn. en bw.) - rechtstreekse belastingen, directe belastingen. In Sint-Niklaas zijn we niet van plan de rechtstreekse belastingen te verhogen. De onroerende voorheffing ligt met 1325 beneden het Vlaamse gemiddelde. Voor de personenbelasting zullen we zorgen dat de burger evenveel betaalt als tijdens de vorige legislatuur. - HN, 29-10-2001.

2025-12-17
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

rechtstreeks

1. In de verb. rechtstreekse belastingen, directe belastingen. Rechtstreekse belastingen worden periodiek geheven, Keurig Ndl. 1966, 151. 2. In een tram of bus, bij het vragen naar een gewoon kaartje (in tegenst. met: verbinding) (onder invloed van fr. direct in tegenst. met correspondance); in Nede...

2025-12-17
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Rechtstreeks

adj. & adv., rjochtstreeks.

2025-12-17
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

rechtstreeks

bw., bn. (regelrecht, zonder omwegen, direct, zonder tussenkomst): hij wendde zich rechtstreeks tot den minister; een rechtstreekse verbinding; een rechtstreekse vraag.

2025-12-17
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

rechtstreeks

('rechtstre:ks) 1. bw. zonder omwegen, regelrecht, onmiddellijk : zich tot de minister wenden 2. bn. rechtstreeks gaand, geschiedend : een -e verbinding.

2025-12-17
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

rechtstreeks

bw. en bn., 1. langs de kortste weg, zonder omwegen of oponthoud: ik ga rechtstreeks naar huis; die verbinding is rechtstreeks'; (fig.) recht op het doel af, zonder omwegen; rechtstreekse antwoorden; een rechtstreekse aanval; 2. zonder bemiddeling of tussenpersoon, direct: hij wendde zich rechtstreeks tot de minister; rechtstreekse verkiezing...

2025-12-17
Etymologisch Woordenboek

Instituut voor de Nederlandse taal

rechtstreeks

rechtstreeks bn. 'regelrecht, zonder omwegen' categorie: geleed woord Vnnl. rechtstreeks 'zonder omwegen, in een rechte lijn' in De valcken ... vliegen niet recht-streeks naer hem toe [1624; iWNT]; nnl. die regtstreeksche bedoeling [1807; iWNT]. Afgeleid met bijwoordelijke ...

2025-12-17
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Rechtstreeks

Rechtstreeks - bw. RECHTSTREEKSCH, bn. onmiddellijk, regelrecht, zonder omwegen; niet zijdelings: rechtstreeks antwoorden; hij wendde zich rechtstreeks tot den minister, zonder tusschenkomst van andere personen; — in rechtstreeksche verbinding met de grootste fabrikanten, rechtstreeksche vaart op New-York.

2025-12-17
Prisma Nederlands-Spaans

Unieboek | Het Spectrum (2025)

Wil je toegang tot alle 18 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-17
Prisma Nederlands-Frans

Unieboek | Het Spectrum (2025)