Wat is de betekenis van rechtstreeks?

2018
2020-11-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

rechtstreeks

rechtstreeks - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: recht-streeks 1. zonder omweg ♢ je komt uit school rechtstreeks naar huis! Bijvoeglijk naamwoord: recht-streeks de/het rechtstreekse ... Synoniemen direc...

Lees verder
1973
2020-11-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

rechtstreeks

(het accent wisselt), bw. en bn., 1. langs de kortste weg, zonder omwegen of oponthoud: ik ga recht'streeks naar huis; die verbinding is rechtstreeks'; (fig.) recht op het doel af, zonder omwegen; recht'streekse antwoorden; een recht’streekse aanval; 2. zonder bemiddeling of tussenpersoon, direct: hij wendde zich recht'st...

Lees verder
1898
2020-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Rechtstreeks

Rechtstreeks - bw. RECHTSTREEKSCH, bn. onmiddellijk, regelrecht, zonder omwegen; niet zijdelings: rechtstreeks antwoorden; hij wendde zich rechtstreeks tot den minister, zonder tusschenkomst van andere personen; — in rechtstreeksche verbinding met de grootste fabrikanten, rechtstreeksche vaart op New-York.

Lees verder