2020-02-25

rechtstreeks

rechtstreeks - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: recht-streeks 1. zonder omweg ♢ je komt uit school rechtstreeks naar huis! Bijvoeglijk naamwoord: recht-streeks de/het rechtstreekse ... Synoniemen direct, regelrecht Tegenstellingen bedekt, indirect

2020-02-25

Rechtstreeks

Rechtstreeks - bw. RECHTSTREEKSCH, bn. onmiddellijk, regelrecht, zonder omwegen; niet zijdelings: rechtstreeks antwoorden; hij wendde zich rechtstreeks tot den minister, zonder tusschenkomst van andere personen; — in rechtstreeksche verbinding met de grootste fabrikanten, rechtstreeksche vaart op New-York.

2020-02-25

rechtstreeks

('rechtstre:ks) 1. bw. zonder omwegen, regelrecht, onmiddellijk : zich tot de minister wenden 2. bn. rechtstreeks gaand, geschiedend : een -e verbinding.