Wat is de betekenis van Rechter?

2020
2022-10-03
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

rechter

Het begrip rechter heeft 4 verschillende betekenissen: 1) ambtenaar die rechtspreekt. iemand die voor zijn beroep uitspraken in rechtszaken doet; overheidsambtenaar die bij een rechtbank of gerechtshof vonnissen velt. 2) zich rechts bevindend. zich bevindend aan die zijde van het menselijk lichaam die naar het oosten gekeerd is als m...

Lees verder
2018
2022-10-03
Openbaar Ministerie

Begrippenlijst Openbaar Ministerie

Rechter

Een rechter is een onafhankelijk ambtsdrager die op grond van wettelijke bepalingen recht spreekt.

2018
2022-10-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

rechter

rechter - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: rech-ter 1. wat rechts zit ♢ mijn rechterarm doet pijn 1. laat je linkerhand niet weten wat je rechter doet (TB) [schep niet op over wat je goed doet]...

Lees verder
2017
2022-10-03
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Rechter

Een rechter is een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast

2013
2022-10-03
Winish Ganesh

Fractiemedewerker Tweede Kamerfractie PvdA

Rechter

De rechter is onderdeel van de rechterlijke macht en dient ingevolge artikel 11 van de Wet algemene bepalingen recht te spreken. De rechter komt in Nederland voor bij verschillende rechterlijke instanties, namelijk bij de rechtbank, het gerechtshof en bij de Hoge Raad. De rechter wordt na zijn opleiding voor het leven benoemd en valt met zijn beroe...

Lees verder
1990
2022-10-03
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

rechter

rechter - Personen die geschillen beslechten, advocaten, juries, procesvoerende partijen en het gerechtelijk personeel instrueren en het gerechtelijk apparaat besturen.

1982
2022-10-03
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

RECHTER

→ Ambacht. → Domein. → Landsheerlijkheid. → Leenstelsel. → Rechtspraak. → Stad. → Zeeuws-Vlaanderen.

1980
2022-10-03
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Rechter

Een rechter is iemand die uit hoofde van zijn functie bij de landsoverheid recht spreekt. Het werkwoord rechten betekent letterlijk: wat krom is recht maken, rechtbuigen en vandaar: iets in een bepaalde richting brengen, oprichten, rechtop zetten, een ladder bijvoorbeeld. Dan gaat rechten ook betekenen: gereedmaken, toebereiden, spijzen bijvoorbeel...

Lees verder
1973
2022-10-03
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

rechter

m. (-s), zware loopplank of badding.

1963
2022-10-03
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

rechter

(de, -s), benaming voor de rechters van beide Surinaamse rechtcolleges, dus niet alleen voor de kantonrechters van het kantongerecht, maar ook voor de rechters van het Hof van Justitie, die in Ned. ‘raadsheer’ genoemd worden.

1952
2022-10-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Rechter

1. s., rjochter, rjuchter. 2. adj., rjochter, rjuchter.

Lees verder
1950
2022-10-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Rechter

I. m. (-s), iemand die beslist wat recht is, inz. lid van een rechtbank aan wie de rechtspraak is opgedragen : een bevoegd rechter ; de rechters zijn onafzetbaar : rechter van i??uctie (in België : onderzoeksrechter), die met het voorlopig onderzoek in strafzaken belast is ; voor de rechter verfijnen, voor een rechter of rechterlijk college ko...

Lees verder
1949
2022-10-03
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Rechter

ieder, die rechtspreekt. In het bijz.: lid van de arrondissementsrechtbank.

1939
2022-10-03
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Rechter

Helaas geen overtreffende trap.

1937
2022-10-03
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

rechter

m. rechters, (lit. t.) rechteren (lid ener rechtbank; iemand, die gehouden is recht te spreken, die beslist, wat recht is): rechter in de arrondissementsrechtbank; zegsw. niemand kan rechter zijn in (zijn) eigen zaak; God is de rechter van levenden en doden, d. i. de opperste rechter; rechter van instructie (België: onderzoeksrechter), belast...

Lees verder
1933
2022-10-03
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Rechter

1° Rechter in ruimeren zin zijn zij, die met rechtspraak belast zijn. In engeren zin zijn r. de leden van de lagere rechtbanken, in tegenstelling met de leden der Hoven en van den Hoogen Raad. Vgl. → Raadsheer. Verder zie → Rechterlijke macht.Il y a des juges à Berlin (Fr.) = Er zijn nog rechters in Berlijn. Deze woorden zouden...

Lees verder
1930
2022-10-03
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

rechter

('rechtər) I. m. (-s, Verh. -eren] 1. [recht A I 9] hij die beslist wat recht is : niemand kan zijn in zijn eigen zaak; de opperste -, God. 2. [recht B II 5] hij die rechtspreekt : kanton-, vrederechter; van instruktie. belast met het voorlopig onderzoek van een strafzaak. 3. [vertaling van sufeet → K. B.] Bijb: volksaanvoerder, hoogste...

Lees verder
1916
2022-10-03
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Rechter

Rechter. - Onder r. verstaat men tegenwoordig iemand, die recht spreekt, vonnis wijst. In de Middeleeuwen duidde men als r. aan dengene, die recht vorderde en was dus het woord van dezelfde beteekenis als baljuw of schout.

1908
2022-10-03
Vivat

Schrijver op Ensie

Rechter

persoon, die belast is met de taak om recht te spreken, d. i. om de geschillen te beslissen, die tusschen de burgers over hunne rechten rijzen, als ook om de wetten toe te passen. Onze staatswetten bezigen het woord R. gewoonlijk niet in algemeenen maar in bijzonderen zin van de leden der arrondissements-rechtsbanken, en begrijpen daaronder niet di...

Lees verder
1573
2022-10-03
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

rechter

Iudex, iuridicus.

Lees verder