Wat is de betekenis van Recht?

2018
2021-10-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

recht

recht - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. niet gebogen ♢ teken een rechte lijn 1. recht op doel af [zonder omwegen] 2. recht praten wat krom is ...

Lees verder
2017
2021-10-19
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Recht

Een recht is een door het objectieve recht verleende en beschermde bevoegdheid van een persoon.

2007
2021-10-19
Lexicon van de Ethiek

Verklarend lexicon van de meest gebruikte begrippen uit de hedendaagse ethiek.

Recht

Het Romeinse begrip ius had al de dubbele betekenis van enerzijds de verzameling van door de overheid gehandhaafde regels en anderzijds de juridisch erkende of toegekende aanspraak van een persoon om iets te doen of te ontvangen. In het Engels zijn dit onderscheiden begrippen: law en right. 'Recht’ in de tweede betekenis moet onderscheiden worden v...

Lees verder
1991
2021-10-19
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Recht

Het geheel van regels, van normen aangaande enig aspect van het gemeenschapsleven. Men onderscheidt objectief recht (dat zijn de regels, de voorschriften die worden gehandhaafd door de overheid), en subjectief recht (de door het objectieve recht verleende en beschermde bevoegdheid). Een ander onderscheid is dat tussen publiekrecht en privaatrecht....

Lees verder
1984
2021-10-19
Milieu-encyclopedie

Oosthoek milieu-encyclopedie

Recht

Milieurecht is het geheel van juridische regels, instrumenten en systemen dat betrekking heeft op de fysieke omgeving van de mens, het hem omringende milieu, en op de wisselwerking tussen die omgeving en de mens. Als zodanig staat dit recht ten dienste van het milieubeheer en heeft het sedert het begin van de jaren zeventig allengs meer erkenning g...

Lees verder
1973
2021-10-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

recht

bn. en bw. (-er, -st), 1. niet gebogen of bochtig: een rechte lijn is de kortste afstand tussen twee punten; (genealogie) rechte lijn of linie, de lijn gevormd door een reeks opvolgingen van ouder op kind of omgekeerd, tegenover zijlijn: in rechte lijn van iemand afstammen; (van de romp) niet krom gegroeid: — van lijf en leden zijn; (van een...

Lees verder
1955
2021-10-19
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

RECHT

(Lat.: jus of justum) betekent op zichzelf wat aangepast en dus juist is. Dit kan zijn volgens de eisen die onze natuur zelf stelt; zo krijgt men een geheel van natuurlijke gedragsregels: het natuurrecht. Of het kan betreffen een aanpassing aan regels door een bevoegd gezag gesteld: positief recht. De natuurrechtsregels zijn of volkomen algemeen (b...

Lees verder
1952
2021-10-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Recht

1. s.n., rjocht (it), rjucht (it); — doen, rjocht dwaen, birjochtsje; in zijn zijn, yn jins rjocht stean; volgens —, rjochtens. 2. adj., rjocht, rjucht; (welgevormd),kant.

Lees verder
1950
2021-10-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Recht

I. bn. bw. (-er, -st), 1. niet gebogen of bochtig : een rechte lijn is de kortste afstand tussen twee punten ; —(geneal.) rechte, lijn of linie, de lijn gevormd door een reeks opvolgingen van ouder op kind of omgekeerd, tgov. zijlijn : in rechte lijn van iem. afstammen ; — rechte, brede straten; — (zegsw.) op rechte wegen gaan, zi...

Lees verder
1949
2021-10-19
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Recht

wordt in verschillende betekenissen gebruikt. Men onderscheidt objectief en subjectief R.; het objectieve R. bestaat uit gedragsregels, voorschriften, welke worden gehandhaafd door dwang van overheidswege; het subjectieve R. is de door het objectieve R. verleende en beschermde bevoegdheid. Verder wordt R. onderscheiden in wetten-R. (z Wet) en gewoo...

Lees verder
1940
2021-10-19
gevleugelde woorden

J.H. de Ruijter

Recht

Zie: Het recht buigen.

1933
2021-10-19
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Recht

1) bevoegdheid; 2) samenstel v. wettelijke bepalingen, naar welke de geordende maatschappij zich richten moet.

Lees verder
1933
2021-10-19
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Recht

Recht. - Te goeder trouw in subjectieven zin is hij, die zich niet ervan bewust is, dat er (juridisch) iets niet in orde is, hetzij met zijn eigen gedrag, hetzij met de personen, met wie, of met de omstandigheden, waaronder hij handelt. Te kwader trouw is hij, die dit bewustzijn wel bezit. G. t. wordt steeds verondersteld; wie eens anders kwade tro...

Lees verder
1916
2021-10-19
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Recht

Recht. - Men onderscheidt positief of stellig recht (Lat. jus constititum) en wijsgeerig recht (Lat. jus constituendum). Onder het eerste verstaat men het geheel der regelen, waarnaar men zich in een geordende samenleving heeft te gedragen op straffe van daartoe van overheidswege te kunnen gedwongen of althans eenig nadeelig gevolg te kunnen onderv...

Lees verder
1910
2021-10-19
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Recht

Recht - het samenstel der door dwang te handhaven bepalingen, die de onderlinge betrekkingen regelen van de leden der maatschappij. Ook noemt men datgene recht, wat met die bepalingen in overeenstemming is. Men onderscheidt wijsgeerig en stellig recht, het eerste bepaalt, wat volgens zekere bepaalde rechtstheorie recht is, het laatste leert, wat bi...

Lees verder
1898
2021-10-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Recht

zie Wet.

1898
2021-10-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Recht

Het begrip recht heeft 2 verschillende betekenissen: 1. recht - recht - bn. bw. (-er, -st), niet krom: een rechte boom: eene rechte lijn; zoo recht als eene kaars; recht van lijf en leden zijn; de weg loopt recht op het dorp aan; hij kwam recht op mij af; — recht koers zetten naar, langs den kortsten weg; — (fig.) in rechte lijn van ie...

Lees verder