Wat is de betekenis van rebel?

2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

rebel

rebel - zelfstandig naamwoord uitspraak: re-bel 1. iemand die opstandig is ♢ deze rebel wil weer niet luisteren Zelfstandig naamwoord: re-bel de rebel de rebellen ...

Lees verder
2017
2023-02-06
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Rebel

Bijnaam voor een opstandige of zoals de naam in het Duits wordt verklaard: beroepsbijnaam of woonplaatsaanduiding ivm. Rebe = wijnstok, hetzij een afleiding van Rabe = 'raaf'.

1993
2023-02-06
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Rebel

opstandeling

1980
2023-02-06
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Rebel

Het woord rebel is een aan het Frans rebelle ontleend bijvoeglijk naamwoord. Het Franse woord stamt weer van het Latijnse rebellis: opstandig, dat samenhangt met het werkwoord rebellare: in opstand komen, waarvan het stamwoord bellum: oorlog is. Bij Vondel vindt men rebel nog als bijvoeglijk naamwoord. Hij spreekt van rebelle Gallen voor: opstandig...

Lees verder
1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

rebel

[Fr.], m. (-len), 1. opstandeling tegen de wettige overheid; 2. weerspannige, opstandige.

Lees verder
1955
2023-02-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Rebel

opstandeling; muiter

1952
2023-02-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Rebel

s., rebel.

1951
2023-02-06
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

rebel

I. oproermaker, oproerling, opstandeling, muiter; rebel; II. als oproerig, opstandig, muitend; III. oproer maken, muiten, opstaan, in opstand komen.

Lees verder
1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Rebel

(<Fr.), m. (-len), 1. opstandeling tegen de wettige overheid: de partij der rebellen; 2. weerspannige, opstandige.

Lees verder
1948
2023-02-06
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

rebel

m. oproermaker, oproerling, muiter; weerspannige.

1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

rebel

m. rebellen (Fr. rebelle [Lat. rebellis = de oorlog hernieuwend]: oproerling, muiter).

1937
2023-02-06
Pegasus

S. van Praag (1937)

rebel

m. oproerling.

1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

rebel

(rə’bel) m. (-len) [Fr. < Lat. re, opnieuw + bellum, oorlog] oproerling, opstandeling, muiter, weerspannige.

1914
2023-02-06
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

rebel

rebel - m., opstandeling; muiter;weerspannige.

1908
2023-02-06
Vivat

Schrijver op Ensie

Rebel

(lat. rebellis, van rebellare: den oorlog hernieuwen) oproermaker, muiter, weerspanneling. Rebellie: muiterij, oproer, opstand, * gewelddadig verzet; voorts ook in minder ongunstigen zin: standjes veroorzaken, straatschenderij plegen.

1908
2023-02-06
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Rebel

oproermaker, opstandeling.

1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Rebel

Rebel - m. (-len), opstandeling, muiteling, muiter, weerspannige.

1864
2023-02-06
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

rebel

rebel - m. (rebellen), opstandeling, muiteling, muiter, weerspannige

1573
2023-02-06
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Rebel

Rebellis, contumax, perduellis: qui à republica defecit.

Lees verder