Wat is de betekenis van rammelen?

2026-02-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Rammelen

(rammelde, heeft gerammeld), 1. (onoverg.) een onwelluidende trillende klank voortbrengen; gezegd van loszittende voorwerpen die in beweging gebracht worden of van voorwerpen waaraan zich min of meer loszittende delen bevinden: rammelend ijzer; ik hoorde de wekker rammelen; een rammelende bus; de ramen die rammelend werden o...

Volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden Socrates Universiteit Utrecht HAN

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.
2026-02-15
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

rammelen

(16e eeuw) (inf.) geslachtsgemeenschap hebben. Oorspr. gezegd van zoogdieren (hazen, konijnen), waarbij het mannetje ram genoemd wordt; thans ook van geile of wulpse mannen. Zie ook: rammelaar*. • (Corn. Kilianus: Etymologicum teutonicae linguae. 1777, herdruk uitgave 1599) • (Guido Gezelle: Loquela. 1881) • (Hans Heestermans: Erot...

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.