Wat is de betekenis van ramen?

2024-06-16
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-16
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

ramen

ramen - regelmatig werkwoord uitspraak: ra-men 1. zeggen wat het ongeveer is ♢ kunt u ramen wat de kosten zullen zijn? Regelmatig werkwoord: ra-men ik raam jij/u raamt ...

2024-06-16
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Ramen

(Barg.) ogen; iets in de ramen hebben: iets op het oog hebben.

2024-06-16
Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. (1954)

Ramen

inrichting voor de ventilatie* van werken woonruimten. zie ook airconditioning.

2024-06-16
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Ramen

v., roaije, rûz(j)e, bigreatsje, skatte.

2024-06-16
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Ramen

(raamde, heeft geraamd), 1. (nog gew.) op een doel richten, mikken; — (bij het bolspel) zijn bol zulk een kringelende loop geven, dat hij de in de weg liggende hindernissen vermijdt: hij kan goed ramen, het is een eerste bolder; 2. (nog gew.) iets voor elkaar brengen: ik had gedacht, dat ik het nog wel geraamd hebben zou,...

2024-06-16
Boevenjargon

Professor Henry Roskam (1949)

ramen

ogen. Hij heeft het in de ramen, in de gaten, in de smiesen, in de kijkert.

Wil je toegang tot alle 17 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-16
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

ramen

raamde, h. geraamd (vero.: mikken; thans: begroten, schatten): de kosten ramen.