Wat is de betekenis van raar?

2020
2022-08-10
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Raar

Zie Gerard

2018
2022-08-10
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

raar

raar - bijvoeglijk naamwoord 1. anders dan gewoon, speciaal ♢ hij vertelde een raar verhaal 1. een rare druif (knakker, pias) [een zonderling iemand] 2. een dubbeltje kan raar r...

Lees verder
2017
2022-08-10
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Raar

Mogelijk moet bij deze naam een rade/rode-toponiem gezocht worden, zoals Raar (1347 Roder) bij Meerssen, Raren bij Vaals en Raeren bij Eupen (B.).

1998
2022-08-10
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Raar

een - ei een raar iemand; een zonderling. In de jeugdtaal is een eiook ‘een domoor’ of ‘een halfzacht persoon’ (meestal een man, zelden van toepassing op een vrouwelijk iemand). Bij Veronica vonden ze hem een raar ei, maar het was een heel leuk programma. (HP/De Tijd, 29/10/93)

Lees verder
1980
2022-08-10
Blauwe Scheen

Lexicon Beeldende Kunstenaars

Raar

Roelof; geb. Leiden 31 oktober 1855, overl. aldaar 4 januari 1906. Werkzaam te Haarlem, Den Haag en van 1878 af te Leiden. Leerling van G.J. Bos. Schilder van portretten, landschappen en stadsgezichten, tevens lithograaf en glasgraveur.Tentoonstellingen Amsterdam, Arnhem, Rotterdam en Den Haag 1881-1894: duinen te Katwijk; in de duinen (...

Lees verder
1973
2022-08-10
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

raar

bn. en bw. (-der, -st), 1. (gew.) schaars, zeldzaam: die soorten van glas worden raar; 2. zonderling, vreemd, wonderlijk: het is een rare kerel, een zonderling, iemand met veel eigenaardigheden; raar, maar waar; hij kan soms zo raar doen, zich zo vreemd gedragen; (ook) net doen alsof hij krankzinnig is; doe nu niet zo raar, handel en spreek nu eens...

Lees verder
1964
2022-08-10
voornamen

Voornamenboek

Raar

m -> Gerard (Zuid-Ndl.).

1952
2022-08-10
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Raar

adj. & adv., raer, frjemd, nuver, bryk, mâl; het gaat —, it naeit der in (frjemde, nuvere) koer(t)s út, it naeit der út, it giet der need omwei, it giet need.

1950
2022-08-10
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Raar

I. bn. bw. (-der, -st), 1. (gew.) zeldzaam: die soorten van glas worden raar ; 2. (veroud.) merkwaardig, bijzonder: niet heel veel raars ; 3. (gew.) aardig, grappig : een rare kerel; een rare snaak ; 4. zonderling, vreemd, wonderlijk : het is een rare kerel, een zonderling, iemand met veel eigenaardigheden ; dat is een raar ding, dat is een moei...

Lees verder
1937
2022-08-10
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

raar

bn., bw.; raarder, raarst (Fr. rare [Lat. ramsj: ongewoon, zeldzaam): een raar geval; een rare Chinees, een raar mens (of: een rare), zonderling iem.; men spreekt raar over hem, vreemd; ik voel me zo raar; ben je raar, niet goed wijs?

1898
2022-08-10
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Raar

Raar bn. bw. (-der, -st), zeldzaam, zonderling, vreemd, wonderlijk; — het is een rare kerel, een zonderling, iemand met veel eigenaardigheden; — dat is een raar ding, dat is een moeilijk geval; — hij kan soms zoo raar doen, zich zoo vreemd gedragen, zoo zonderling aanstellen, (ook) net doen alsof hij krankzinnig is; — doe...

Lees verder
1898
2022-08-10
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Raar

zie Bijzonder.