Synoniemen van raak

2020-02-17

raak

raak - bijvoeglijk naamwoord 1. wat het doel treft ♢ die bal was raak! 1. een rake klap [die hard aankomt] 2. maar raak kletsen [in het wilde weg, over van alles] 3. het is weer raak! [er is weer iets vervelends gebeurd]...

2020-02-17

Raak

Raak - van schade die door den assuradeur vergoed wordt en hooger is dan het percentage der franchise, zegt men dat zij raak is.

2020-02-17

raak

(ra:k) I. m. het raken, treffen: op de schieten, op goed geluk af. ➝ luk. II. bn. en bw. (raker, -st) 1. geraakt, getroffen: elk schot was -; rake bomworpen doen; mis! neen, -! Tgst. mis. 2. gevoelig pijn doend: de klap was -. 3. doeltreffend: die steek onder water was -. III. v. (raken) achterste gedeelte van het gehemelte.