Wat is de betekenis van quotiënt?

2020
2022-05-23
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

quotiënt

uitkomst van een deling. uitkomst van een deling; resultaat van een deling. Voorbeelden: In 1992 publiceerde M. Kool een studie waarin hij nog meer neologismen optekent die Stevin met grote zekerheid heeft ingevoerd omdat ze in vroegere werken niet voorkomen. Het noteerde: parich (even), onparoch (oneven), soomenichmael (= quotië...

Lees verder
2018
2022-05-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

quotiënt

quotiënt - zelfstandig naamwoord uitspraak: ko-sjent 1. de uitkomst van een deling ♢ het quotiënt van 21 en 3 is 7 Zelfstandig naamwoord: ko-sjent het quotiënt de quotiënten

Lees verder
1994
2022-05-23
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Quotiënt

[Fr., van Lat. quoties of quotiens = hoe dikwijls, van quot = hoeveel] (uitspr.: kotiënt) uitkomst van een deling.

1993
2022-05-23
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Quotiënt

(kotiënt) uitkomst van een deling

1985
2022-05-23
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Quotiënt

Quotiënt Het getal of de grootheid, die de waarde vertegenwoordigt van het deeltal, gedeeld door de waarde van de deler en die één van de resultaten van een deling voorstelt.

1973
2022-05-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

quotiënt

[Lat. quotiens, hoe vaak], o. (-en), uitkomst van een deling.

1955
2022-05-23
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Quotiënt

o., uitkomst ener deling

1951
2022-05-23
Engels

Woordenboek Engels (1951)

quotient

quotiënt.

1950
2022-05-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Quotiënt

(<Fr.), o. (-en), (Tek.) uitkomst van een deling.

1949
2022-05-23
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Quotiënt

de uitkomst van een deling.

1948
2022-05-23
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

quotiënt

o. uitkomst v. e. deling.

1939
2022-05-23
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Quotiënt

(< Fr. quotiënt; < Lat. quotiens — hoe vaak?) In de 13e eeuw komt voor de uitdrukking numerus notans quotiens (het getal, dat aangeeft hoe vaak). Later alleen quotiens als substantief opgevat.

1937
2022-05-23
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

quotiënt

o. quotiënten (Lat. quoties = hoe vaak? Fr. quotiënt: delingsuitkomst). (qu = k).

1933
2022-05-23
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Quotiënt

→ Deeling.

1933
2022-05-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Quotiënt

➝ Deeling.

1916
2022-05-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Quotiënt

Quotiënt, - uitkomst eener deeling, bijv. ’t quotiënt van de deeling van 24 door 8 is 3, van 25 door 8 is 3 (rest 1). In de algebra beschouwt men z.g.n. merkwaardige quotiënten, n.l. uitkomsten van deelingen, die op ’t eerste gezicht niet opgaan, bijv.: a2 b2/a b is een merkw. quot. (gelijk aan a + b), zoo ook: an bn/a b = an-1 + an-2 b + … + a bn-...

Lees verder
1910
2022-05-23
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Quotiënt

Quotiënt - de uitkomst eener deeling.

1898
2022-05-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Quotiënt

Quotiënt - Quitiënt o. (-en), (rekenk.) uitkomst eener deeling.

1870
2022-05-23
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Quotiënt

Quotiënt, zie Divisie.

1864
2022-05-23
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

quotiënt

quotiënt - o. (quotiënten), (rek.) uitkomst eener deeling