2020-01-26

qua

qua - krachtens, in de hoedanigheid van; bijv. „qua predikant” : in de hoedanigheid van predikant en niet als particulier.

2020-01-26

Qua

Qua bw. in hoedanigheid van : qua dokter kwam hij alleen; qua talis, als zoodanig ; qua mandatarius, als gevolmachtigde; qua professor, als hoogleeraar.

2020-01-26

qua

qua - bijw. als, in zoo verre, in hoedanigheid van; qua talis, als zoodanig; qua mandatarius, als gevolmachtigde; qua professor, als hoogleeraar

2020-01-26

qua

qua - modieus tussenvoegsel dat zoiets betekent als ‘wat betreft; aangaande’. Geldt als lelijk taalgebruik. ‘Weet je wat het briljante is aan dat werk? Het is hermetisch, en toch open. Mark my words: die jongen heeft een waanzinnig potentieel.’ ‘Ook omdat ’ie qua markt rigt-on-target zit, volgens mij.’ Jan Kuitenbrouwer: Turbotaal. Van socio-babble tot yuppie-speak, 1987 In mijn woonplaats was qua doordeweekse dag geen kerk open. Renate Dorrestein: Korte metten, 1988 Qua = Latijn...

2020-01-26

Qua

Qua - als; in de hoedanigheid van.

2020-01-26

Qua

Qua, uit te spreken als 'kwaa', is een bijwoord en betekent '(voor) wat betreft', 'aangaande', 'inzake' of 'in het genoemde opzicht'. Het woord qua komt uit het Latijn en wordt veelvuldig gebruikt in het Nederlands taalgebruik. Wie zegt: "Qua grootte is het huis van Jan te vergelijken met dat van Piet" bedoelt dat het huis van Jan en Piet even groot zijn. Het gaat in dit geval puur en alleen om de omvang van de huizen. "Qua kleur is het huis van Piet echter donkerder" geeft aan dat er tussen bei...

2020-01-26

qua

(Lat.) als, in hoedanigheid van; bv. ~ dokter, als dokter, in mijn (zijn) hoedanigheid van geneesheer.

2020-01-26

qua

qua - voorzetsel 1. wat betreft, in het genoemde opzicht ♢ qua kleur vind ik die trui wel mooi Voorzetsel: qua

2019-07-17

qua talis

qua talis - als zoodanig.

2019-07-17

qua mandatarius

qua mandatarius - als lasthebber.

2019-07-17

qualitate qua

qualitate qua - zie afkorting„q-q”.

2019-03-14

Qualitate qua

Qualitate qua - in de hoedanigheid van; bij afkorting: q.q.

2019-09-19

qua talis

(Lat.) als zodanig.

2020-01-08

Nama(qua)

of Hottentotten, verwant aan de Boschjesmannen en de dwergvolken uit de binnenlanden van Afrika, de meest beduidende en onvervalschte rest van de oerbewoners van WestelijkZuid-Afrika. Zij wonen ten Noorden van de Oranjerivier in het z.g.n. Groot-Namaqualand. Zij zijn een zeer eigenaardig volk. Hun gelaatskleur is geel-bruin, ze hebben een hoekigen gelaatsvorm, hun haar is kroezig. Ze zijn ijdel en hoogmoedig, prikkelbaar en onbetrouwbaar. Toch missen ze enkele burgerlijke deugden niet zooals m...

2017-05-30

qualitate qua

(Latijn, letterlijk 'krachtens de bedoelde hoedanigheid') in de hoedanigheid van, uit hoofde van zijn of haar beroep of ambt; op grond van iemands maatschappelijke positie; ambtshalve; ruimer ook: toch al; van nature; sowieso; uiteraard

2019-09-19

qualitate qua

(q. q.), (Lat.) in de (zijn) hoedanigheid van, als gemachtigde.

2019-07-10

sine qua non

sine qua non - bijw. zonder hetwelk .... niet; dit is eene voorwaarde sine qua non (zonder welke de zaak niet doorgaat)

2019-01-17

Sine qua non

Sine qua non - (Lat.), nl. conditio s. q. n.: een voorwaarde, zonder welke niet; een noodzakelijk te vervullen voorwaarde.

2018-12-06

SINE QUA NON

SINE QUA NON - bw. zonder hetwelk ...niet; dit is eene voorwaarde sine qua non (zonder welke de zaak niet doorgaat), eene noodzakelijk te vervullen voorwaarde.

2019-07-25

Ex qua die

Ex qua die - ➝ Hiërarchie (Herstel der Biss.).