Wat is de betekenis van puur?

2018
2022-08-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

puur

puur - bijvoeglijk naamwoord 1. geen namaak ♢ dit is puur vruchtensap 2. enkel en alleen ♢ het is puur aanstellerij van hem 3. zonder toevoegingen ...

Lees verder
1973
2022-08-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

puur

[Lat.], bn. en bw., 1. zuiver, onvermengd: goud; 2. zuiver, onvervalst: dat is de pure waarheid; 3. maagdelijk, ongerept; 4. het genoemde werkelijk en alleen zijnde; niets dan: uit pure nieuwsgierigheid; 5. (bw.) zuiver, alleen: dat is pure liefhebberij.

Lees verder
1955
2022-08-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Puur

zuiver, onvervalst; bloot, enkel, louter.

1952
2022-08-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Puur

adj. & adv., klear, klearebare, Iotter, ûnformongen, skjin; (enkel en alleen), pûr.

1950
2022-08-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Puur

(<Fr.-Lat.), bn. bw., 1. zuiver, louter: dat is de pure waarheid; ik trouwde uit pure liefde; uit pure nieuwsgierigheid; — (fig.) niets meer dan: dat is puur natuur; 2. zonder bijmengsels: pure chocolade; 3. bw., geheel en al: hij is puur arm; zij was puur naakt, zij deed het puur om hem te plagen, alle...

Lees verder
1948
2022-08-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

puur

rein, zuiver, onvervalst; onvoorwaardelijk; bloot, enkel, louter.

1937
2022-08-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

puur

bn., bw. (Fr. pure, Lat. purus: zuiver, onvervalst; bloot, louter): puur goud; pure onzin; puur om te treiteren, enkel.

1908
2022-08-16
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Puur

rein, zuiver.

1898
2022-08-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Puur

Puur bn. bw. zuiver, louter : dat is de pure waarheid; ik trouwde uit pure liefde; uit pure nieuwsgierigheid; — (fig.) niets meer dan : dat is puur natuur; —, bv. geheel en al, juist, net: hij is puur arm; zij was puur naakt; — zij deed het puur om hem te plagen, alleen daarom; — (gew.) nogal, tamelijk : ’t is puur...

Lees verder