Wat is de betekenis van pudding?

2022
2022-10-06
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

pudding

(1980+) (inf.) sperma, zaad. Syn. engelenhaar*, fut*, geil*, jongensmelk*, mannenmelk*, munitie*. • (Piet van Sterkenburg: Rot zelf lekker op. Over politiek incorrect en ander ongepast taalgebruik. 2019)

Lees verder
2020
2022-10-06
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

pudding

Het begrip pudding heeft 3 verschillende betekenissen: 1) zoet nagerecht. zoet nagerecht dat bestaat uit een stijve, glibberige massa, die men maakt door een bindmiddel of meel met melk, room of sap, en aroma's als vanille, chocola of vruchten, te koken, in een vorm of in potjes te gieten en te laten afkoelen. Het gerecht wordt vervo...

Lees verder
2018
2022-10-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pudding

pudding - zelfstandig naamwoord uitspraak: pud-ding 1. stevig nagerecht van melk, suiker en meel ♢ als toetje was er pudding met slagroom 1. het zakte als een pudding in elkaar [was plotseling afge...

Lees verder
2016
2022-10-06
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

pudding

Gekookt mengsel van meel of bloem, melk, room, suiker, soms eieren en allerlei andere mogelijke ingrediënten, zoals vruchten, noten, koekjes, likeuren e.d. Kunnen zowel koud als warm worden opgediend, al gelang naar de soort en bereiding.

1973
2022-10-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

pudding

[Eng.], m. (-en, -s), 1. (oorspronkelijk) een beslag van meel of fijngemaakt brood of beschuit, melk, eieren, suiker, niervet, eventueel aroma's, room en alcohol, gekookt of gebakken in een blikken vorm: plumpudding; 2. (thans) een nagerecht van een meelachtige substantie (rijst, maïzena, griesmeel met eventueel andere ingrediënten)...

Lees verder
1952
2022-10-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Pudding

s., pudding.

1951
2022-10-06
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

pudding

1. pudding; beuling; 2. leguaan.

Lees verder
1950
2022-10-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Pudding

(<Eng.), m. (-s en -en), 1. beslag van meel of fijngemaakt brood, melk, eieren, niervet enz. in een blikken vorm gekookt of gebakken; vgl. plumpudding; 2. (thans de gewone bet.) mengsel van een meelachtige substantie (rijst, maïzena, griesmeel of derg.) met melk of room gaargekookt en na afkoeling als toespijs opgediend; 3. puddings...

Lees verder
1948
2022-10-06
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

pudding

(Eng.) m. gew. meelspijs met verschillende toevoegsels (rozijnen, amandelen enz.) of smaken (choc., vanille enz.); t bindmiddel kan ook gelatine zijn, de grondstoffen zijn dan gew. vruchtensappen; podding.

1937
2022-10-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

pudding

m. puddingen (Eng. podding).

1930
2022-10-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

pudding

('pudding) m. (-en. -s; ...dinkje) [Eng. pudding ] meestal in een vorm afgekoelde meel- of chocoladespijs.

1898
2022-10-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pudding

Pudding m. (-s), zie PODDING.

1864
2022-10-06
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

pudding

pudding - m. (puddings), engelsch tafelgebak, pastei