Wat is de betekenis van publiek, bezoekers?

2025-12-16
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

publiek, bezoekers

o., 1. de mensen, de bezoekers: toegankelijk voor het publiek, bezoekers; Jan Publiek, de grote massa; jeugdig -; veel publiek, bezoekers trekken; bevolking: vaak is op een openbare school toch een ander publiek, bezoekers dan op een christelijke.