Wat is de betekenis van profijt?

2018
2021-06-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

profijt

profijt - zelfstandig naamwoord uitspraak: pro-fijt 1. wat je kan helpen een doel te bereiken ♢ we hebben veel profijt van dat woordenboek Zelfstandig naamwoord: pro-fijt het profijt Synoniemen baat, n...

Lees verder
1993
2021-06-23
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Profijt

voordeel; winst; nut

1973
2021-06-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

profijt

[➝Fr.], o. (-en), 1. voordeel: ergens — van trekken; (zegsw.) het is uit geen haat of nijd, maar voor eigen -; 2. (recht) toewijzing van de conclusies van de eiser bij een verstekprocedure.

Lees verder
1955
2021-06-23
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Profijt

o., winst, voordeel; opbrengst.

1952
2021-06-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Profijt

s.n., profyt (it)

1950
2021-06-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Profijt

(<Fr.), o. (-en), 1. voordeel: ergens profijt van trekken; tot profijt van; 2. opbrengst, baat; winst: (spr.) ’t is uit geen haat of nijd, maar voor eigen profijt; — (Zuidn.) veel profijtjes maken een groot; 3. nut: het algemeen profijt (Beets); 4. (rechtst.) toewijzing van de conclusies van de ei...

Lees verder
1948
2021-06-23
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

profijt

o. voordeel, winst, nut; ten ~e van, ingevolge.

1910
2021-06-23
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Profijt

Profijt - voordeel, winst, nut, dat een handeling oplevert.

1898
2021-06-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Profijt

Profijt - o. (-en), voordeel, winst: ergens profijt van trekken; — (spr.) 't is uit geen haat of nijd, maar voor eigen profijt.

Lees verder