Wat is de betekenis van Primo?

2020
2022-07-02
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Primo

Zie Primus

2019
2022-07-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Primo

Primo - Eigennaam 1. (mannelijke naam) jongensnaam

Lees verder
1994
2022-07-02
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Primo

afk. [Lat. = 6e naamval van primus = eerste] ten eerste; (hand.) op de eerste van de maand.

1993
2022-07-02
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Primo

ten eerste; op de eerste dag van de maand

1973
2022-07-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

primo

[Lat.], I. zn. (ook bw.), (op) de eerste dag van de maand: (met) primo mei; II. bw., ten eerste.

Lees verder
1964
2022-07-02
voornamen

Voornamenboek

Primo

m -> Primus. Eenmaal aangetroffen in Zaltbommel, 1966.

1955
2022-07-02
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Primo

ten eerste

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Primo

(Lat.), I. zn. (ook bw.), (op) de eerste dag der maand: (met) primo Mei; II. bw., ten eerste.

Lees verder
1949
2022-07-02
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Prīmō

adv. in het eerst, in het begin, eerst, vooreerst, primo … dein, Sall., primo … post, Sall., of postea, Liv., quum … primo, zodra als, Liv.

1948
2022-07-02
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

primo

(Lat.) eerst; ten eerste.

1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

primo

(Lat. ten eerste; de eerste dag der maand): pro primo, ten eerste, vooreerst; primo en secundo, (handel) eerste en tweede wisselbrief; als bij verzending naar overzeese gewesten de eerste zoek raakt, dient de tweede, en omgekeerd; met primo Maart.

1933
2022-07-02
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Primo

(Ital. = de eerste; verkort: 1°), in de muziek vaak voorkomende term, bijv. 1° tempo = eerste tijdmaat, primo = eerste speler (bij vierhandige pianomuziek), prima (1a) volte = eerste maal (bij herhalingen).

1932
2022-07-02
Muziek

Muziek lexicon

Primo

(It.), eerste, afgekort 1™°. Tempo Imo = eerste tempo, enz. P., — secondo = de eerste, tweede speler bij de vierhandige pianomuziek, waarbij dan P. de speler der discantpartij is.

Lees verder
1910
2022-07-02
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Primo

Primo - vooreerst, ten eerste, de eerste dag eener maand.

1898
2022-07-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Primo

Primo - bw. eerst, het eerste; pro primo, ten eerste; primo nobel, hoogadellijk, hoogedel; —, m. de eerste dag der maand : met primo Mei.

Lees verder
1864
2022-07-02
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

primo

primo - bijw. eerst, het eerste; pro primo, ten eerste; pro nobel, hoogadellijk, hoogedel