Wat is de betekenis van prima?

2020
2021-04-16
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Prima

Zie Primus

2020
2021-04-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

prima

(2013) (Leiden, stud.) waardeloos. Onder Rotterdamse studenten heeft het de betekenis 'goed'. • Prima. (Leiden) Waardeloos. (Elsevier, 09/02/2013, over studententaal)

Lees verder
2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

prima

prima - bijwoord uitspraak: pri-ma 1. zeer goed ♢ ik vind het prima dat jij zo je best doet Bijwoord: pri-ma Synoniemen eminent, kostelijk, meesterlijk, mooi, optimaal, perfect, superieur, uitgelezen, uitgezocht, uitmuntend, uitste...

Lees verder
1994
2021-04-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Prima

[lt., van Lat. = vr. van primus = eerste, overtreffende trap van niet bestaand pris, vgl. OLat. pri = tevoren; zie ook prior] I zn eerste exemplaar van wissel; II bn eerste, beste, voornaamste; uitstekend.

Lees verder
1993
2021-04-16
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Prima

uitstekend; eerste; voornaamste

1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

prima

[Ital.], I. bn. en bw., 1. eerste: a — vista, op het eerste gezicht (muziek) onvoorbereid; 2. eerste, fijnste, voornaamste: van kwaliteit, van de beste soort; (vandaar) uitstekend, bijzonder goed, die koffie is -; in staat; bw.: bij controle bleek alles — in orde; II. zn., v./m. (-’s), eerste exemplaar van wissel of cheque.

Lees verder
1964
2021-04-16
voornamen

Voornamenboek

Prima

v -> Primus.

1955
2021-04-16
vreemd

Vreemde woordenboek

Prima

hoogste klasse van een gymnasium; eerste stem in een gezang; eerste beste, voornaamste.

Lees verder
1952
2021-04-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Prima

adj. & adv., pûrbêst.

1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Prima

(<It.), I. bn. bw., 1. eerste; prima donna; — a prima vista, op het eerste gezicht; 2. eerste, fijnste, voornaamste: van prima kwaliteit, van de beste soort; — (vand.) uitstekend, bijzonder goed: die koffie is prima; in prima staat; — bw.: bij controle bleek alles prima in orde; II. zn. v....

Lees verder
1948
2021-04-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

prima

1 aj. eerste, beste, voornaamste; 2 v. de eerste, hoogste klasse, stem of soort; eerste van twee of drie gelijkluidende en achtereenvolgens afgegeven wissels; ~ ballerina, (It.) v. eerste danseres; ~ donna. ~

Lees verder
1939
2021-04-16
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Prima

Benaming voor wat merk mist.

1910
2021-04-16
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Prima

Prima - eerste, beste. Bijv.: prima kwaliteit. Prima wissel, in tegenstelling van secunda, tertia enz. (wisselexemplaren).

1864
2021-04-16
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

prima

prima - v. de hoogste klas, de eerste soort; eerste wissel (welken men trekt in tegenstelling van secunda en tertia, die van hetzelfde bedrag en voor dezelfde zaak moet betaald worden als de eerste verloren ging); prima donna, eerste □, voornaamste zangeres (in de opera), hoofdrol der vrouw; prima vista, (muz.) op het eerste gezicht, van het blad a...

Lees verder