Wat is de betekenis van prijs?

2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

prijs

prijs - zelfstandig naamwoord 1. wat je voor iets moet betalen ♢ wat is de prijs van dit boek? 1. we moeten hem tot elke prijs tegenhouden [wat het ook kost] 2. dat doe ik voor...

Lees verder
2009
2023-02-07
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

prijs

(de; prijzen) SP - stoffelijke beloning, bv. een medaille, beker, fles wijn, geldbedrag, voor een prestatie bij spel, sport; de eerste, derde prijs winnen; hoge prijzen, van een groot geldbedrag; in de prijzen vallen; prijs hebben, een prijs krijgen, of ervoor in aanmerking komen; symbolische prijs, trofee, bv. gemaakt van goud, zilver, porselein o...

Lees verder
2004
2023-02-07
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

prijs

- aan de prijs van, voor/tegen de prijs van .- te(n) allen prijze, tot elke prijs, wat het ook moge kosten. - ten prijze van, ten koste van. De nitraten moeten hoe dan ook uit het water, zegt Lode Stienaers van het actiecomité. ‘Maar niet ten prijze van de veiligheid van de buurtbewoners.’ - HV, 27-01-20oi...

Lees verder
1998
2023-02-07
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Prijs

in de prijzen vallen een geslachtsziekte oplopen. Slang van homoseksuelen.

Lees verder
1993
2023-02-07
NIMA

Nima marketing lexicon

prijs

De ruilwaarde van een goed of dienst (product) uitgedrukt in een rekeneenheid (meestal geld).

1981
2023-02-07
Zuidnederlands Woordenboek

Schrijver op Ensie

prijs

In een aantal verb. die in de standaardt. niet voorkomen: (sportt.) de grote prijs van X., ter vert. van: grand prix; (gemeenz.) hij zal weten aan wat prijs, het zal hem duur te staan komen (eig. en oneig.), hij zal weten wat dat wil zeggen (gall., naar fr. savoir d quel prix). Die andere, die Herodes, is nog niet dood, hoor....

Lees verder
1973
2023-02-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

prijs

[Lat. pretium], m. (prijzen), 1. bedrag dat in ruil voor het leveren van een zaak of het verrichten van een dienst gevraagd of geboden, ontvangen of besteed wordt: een goede, mooie een vaste prijs; dat is bij de prijs inbegrepen; tegen, voor een zachte prijs; voor een klein (zacht) prijsje, voor weinig geld, voor een prikje; in fig. opvatting: tot...

Lees verder
1954
2023-02-07
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Prijs

De p. is de in geld uitgedrukte ruilwaarde van een goed, waarbij we onder ruilwaarde moeten verstaan het vermogen van een goed om er een ander goed voor in ruil te krijgen. De p. speelt een zeer belangrijke rol in het productieproces. Het waarde- en prijsprobleem is dan ook het centrale probleem van de economie. In een vrije verkeershuishouding kom...

Lees verder
1952
2023-02-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Prijs

s., priis; (marktprijs), jilding; vastgestelde —, setting; devan iets regelen, eat op priis, op jild sette; niet de vollekrijgen, net ta jins doel, jins jild komme; voor een veel te hoge - kopen, foar smoarch jild keapje; een te hogevragen,...

Lees verder
1950
2023-02-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Prijs

I. (<Fr. prix <Lat. pretium), m. (...zen), 1. bedrag dat in ruil voor het leveren van een zaak of het verrichten van een dienst gevraagd of geboden, ontvangen of besteed wordt : een goede, mooie prijs ; een vaste prijs ; — tegen, voor een zachte prijs ; — voor een klein (zacht) prijsje, vo...

Lees verder
1949
2023-02-07
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Prijs

het bedrag aan geld, waarvoor in het economisch verkeer goederen worden verkocht en diensten verleend. Bij volkomen economische vrijheid zal P. zodanig liggen, dat (koopkrachtige) vraag en aanbod met elkaar in evenwicht zijn. Stijgt de vraag naar het betreffende goed, of daalt het aanbod er van, dan zal de P. stijgen; vermindert de vraag, of neemt...

Lees verder
1940
2023-02-07
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Prijs

De P. is het voor een goed of dienst in het ruilverkeer te verkrijgen geldbedrag. (Voor verandering van de waardeverhouding geld-goederen zie:Geld). Het spraakgebruik kent daarnaast nog een vraag (laat)-P. en bied-P., die resp. wordt verlangd of geboden, zonder dat overeenstemming wordt bereikt. In een maatschappij, waarin vrijwel alle goederen en...

Lees verder
1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

prijs

I. m. prijzen (o.-Fr. pris, van Lat. pretium = waarde: 1 de in geld uitgedrukte waarde van goederen; 2 datgene, wat iem. door het lot ten deel valt; 3 bekroning, onderscheiding, ereprijs; 4 loon, beloning; 5 grote waarde): 1. voor de prijs van tien gulden, waarde, koopsom; onder de prijs verkopen, lager dan de marktprijs; naar de prijs vragen; op p...

Lees verder
1933
2023-02-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Prijs

economisch begrip; in algemeenen zin: de ruilwaarde v. eenig goed; meer speciaal: die ruilwaarde, uitgedrukt in geld. ( → Marktprijs.) Men onderscheidt verder nog: productieprijs, groothandelsprijs, kleinhandelsprijs, limietprijs, /-richtprijs, enz.

1933
2023-02-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Prijs

Prijs noemt men de in geld uitgedrukte ruilverhouding van waren of diensten. Hij komt tot stand op de markt, d.i. de organische verbinding van vragers en bieders van eenzelfde waar of dienst binnen een bepaald gehied (zie verder het art. → Markt). A) Hoe komt de p. tot stand? De markt is geen statisch verschijnsel, doch steeds in beweging. De...

Lees verder
1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

prijs

I m. (prijzen; -je) [Fr. < Lat. pretium] I. Eig. datgene wat in ruil voor iets anders gegeven wordt nl. 1. bedrag in ruil voor het leveren van een zaak of het verrichten van een dienst : voor de van tien frank; een in natura, in geld; een billijke, civiele, gunstige, mooie, voordelige -; fabelachtige, hoge, lage -; courante, gezette, vaste -; e...

Lees verder
1916
2023-02-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Prijs

Prijs. - Naarmate in iedere meer ontwikkelde samenleving de ruilhandel bijna geheel plaats maakt voor den koophandel, wordt ook de waarde der dingen haast altijd uitgedrukt in geld. Het geld is de waardemeter bij uitnemendheid. Met prijs bedoelt men dus veelal de waarde van iets, in geld uitgedrukt. — Waardoor wordt de prijs der goederen, waartegen...

Lees verder
1910
2023-02-07
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Prijs

Prijs - de verhouding van een zaak tot de algemeen aangenomen ruilwaarde, het geld.

1908
2023-02-07
Vivat

Schrijver op Ensie

Prijs

buit, ter zee gemaakt door een oorlogvoerend land; prijsgerecht, fr., conseil de prise, gerecht dat betreffende het prijsgemaakte beslissen moet of het als goede buit beschouwd dan wel vrijgelaten moet worden.

1898
2023-02-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Prijs

zie Bult, zie Beloonlng.