Wat is de betekenis van prettig?

2018
2021-01-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

prettig

prettig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: pret-tig 1. wat een aangename sfeer heeft ♢ zij heeft een prettige kamer 1. een prettige dag verder! [afscheidsgroet] 2....

Lees verder
1973
2021-01-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

prettig

bn. en bw. (-er, -st), 1. pret, genoegen verschaffend of veroorzakend; aangenaam, vermakelijk: een voorval; iets — vinden; een — mens, die steeds opgeruimd is, met wie het omgaan prettig ( is; zich niet voelen, niet goed, onwel; 2. (van zaken) gemakkelijk in het gebruik: een prettige vulpen; deze stoeltjes zitten erg -.

Lees verder
1950
2021-01-16
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Prettig

bn. bw. (-er, -st), 1. (Zuidn.) lief, bevallig, bekoorlijk : een prettig meiske; 2. pret, genoegen verschaffend of veroorzakend ; aangenaam, vermakelijk : een prettig voorval ; iets prettig vinden ; een prettig mens, die steeds opgeruimd is, met wie het omgaan prettig is ; een prettige dag, waarop men veel pret he...

Lees verder
1898
2021-01-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Prettig

Prettig - bn. bw. (-er, -st), aangenaam, pleizierig: een prettig voorval; iets prettig vinden; een prettig mensch, die steeds opgeruimd is, met wien het omgaan prettig is; — een prettige dag, wanneer men veel pret heeft; — een prettige brief, die aangenaam stemt. PRETTIGHEID, v.

Lees verder