2019-12-14

prettig

prettig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: pret-tig 1. wat een aangename sfeer heeft ♢ zij heeft een prettige kamer 1. een prettige dag verder! [afscheidsgroet] 2. prettig gestoord [op een plezierige manier een beetje gek] 2. waarvan je in...

2019-12-14

Prettig

Prettig - bn. bw. (-er, -st), aangenaam, pleizierig: een prettig voorval; iets prettig vinden; een prettig mensch, die steeds opgeruimd is, met wien het omgaan prettig is; — een prettige dag, wanneer men veel pret heeft; — een prettige brief, die aangenaam stemt. PRETTIGHEID, v.